Es, Gewone- (Fraxinus)

Het vinden van een even geveerd essenblad zou volgens een oude spreuk evenveel geluk opleveren in de liefde als het vinden van een klavertjevier: ‘Een evengeveerde esscher die men vindt alhier, brengt de liefde als een klavertjevier’.

IMG_es

Oneven
Jammer voor hen die op zoek zijn naar geluk in de liefde…De langwerpige donkergroene blaadjes van de gewone es zijn oneven geveerd. Ze bestaan meestal uit 7 – 13 deelblaadjes, die een fijngetande bladrand hebben. De bladeren verschijnen in de lente altijd het laatst om in de herfst weer snel af te vallen.

Dorstig
De gewone es behoort tot de Olijvenfamilie, geen boom die geschikt lijkt voor ons koude kikkerlandje. Toch is de es een inheemse boom die hier al eeuwenlang voorkomt. Hij is dan ook helemaal aangepast aan ons wisselend klimaat en komt algemeen voor op vochtige voedzame en kalkrijke grond. De es is eigenlijk een bosboom, maar groeit ook graag langs de oevers van beken en rivieren. De es neemt veel water op. Per dag haalt hij gemakkelijk honderd liter water uit de bodem.

Stoer
De Latijnse naam Fraxinus excelsior betekent groter dan andere. Hij ziet er dan ook stoer en decoratief uit. Als hij de kans krijgen om onbelemmerd uit te groeien, dan kan hij wel 40 meter hoog worden en een leeftijd van 250-300 jaar bereiken. De wortelstronk van een boom die als hakhout wordt gebruikt kan zelfs een leeftijd van wel vijf eeuwen bereiken. De takken zijn relatief dik en sterk omhoog gericht. De schors van de boom is glad en lichtgroengrijs. Pas na veertig jaar ontstaan donkerbruine groeven. De meeste essoorten hebben een koepelvormige, iets afgeplatte kroon. Naast de gewone es kennen we de pluimes of manna es, de zachte es, de treures en de Amerikaanse es. Essen komen ook in knotvorm voor en jonge exemplaren kunnen heel makkelijk met elkaar vergroeien tot een soort levende muur.

IMG_esplaatjes1

Bokkenpoten
Heel typisch aan de gewone es zijn de opvallende, zwarte knoppen, die de boom makkelijk herkenbaar maken tijdens de winter. De eindknoppen worden ‘bokkenpoten’ genoemd. De sappige voorjaarstakken en blaadjes van de es werden vroeger als veevoer gebruikt. Schapen en geiten zijn dol op het groen. De es is bijzonder gevoelig voor lentevorsten. De eindscheuten bevriezen en in de boomtop treedt vorkvorming op.

Paars
De tweeslachtige bloemen verschijnen in april/mei net voor of tegelijkertijd met de bladuitloop. Ze zien eruit als bosjes van paarse meeldraden. Zij staan eerst rechtop en hangen later in trossen aan de uiteinden van de twijgen van het vorige jaar. De verdeling van de geslachten wisselt nogal bij de gewone es: een boom kan alleen mannelijke, alleen vrouwelijke of alleen tweeslachtige bloemen hebben. In één boom kunnen ook takken met mannelijke bloemen en takken met vrouwelijke bloemen voorkomen.

Essensleutels
Na de bloei worden er vleugelnootjes gevormd die tijdens de winter in trossen aan de boom blijven hangen en ‘essensleutels’ worden genoemd. De 3-4 cm lange zaden, die aan 2 cm lange stelen hangen, veranderen van lichtgroen naar geelachtig en bruin. Er kunnen soms meer dan honderdduizend vruchten aan een boom hangen, vaak tot de volgende herfst. Deze typische ‘helikoptertjes’ zijn langwerpig, plat en kaal. Gewoonlijk bevatten zij slechts één zaadje, dat vaak pas in het tweede jaar kiemt. Bij de verspreiding van de zaden helpen wind en water een handje.

IMG_esplaatjes2

Taai
Essenhout is bijzonder elastisch en vrij vast. Door zijn taaiheid kan het sterk gebogen worden waarna het zijn oorspronkelijke vorm weer aanneemt. Daardoor is het heel geschikt voor het maken van gymnastiektoestellen, ski’s, spanten, roeispanen, hockeysticks, tennisrackets, schuttersbogen, spade- en bezemstelen, ladders en wandelstokken. Kuipers gebruikten het hout van de ‘kuipersboom’ dikwijls om duigen te maken. In het graf van Tout-ank-Amon werd zelfs een boog gevonden, gemaakt van essenhout. Essen heeft een mooie structuur en is geliefd in de meubelmakerij. Enkele essenbomen vormen wortelknollen die vervolgens fraai wortelfineer leveren. In Engeland spreekt men van de husbandry, de boerenboom, omdat het hout door boeren veelzijdig te gebruiken is.

Levensboom
De es staat voor dé boom, Ygdrassil, de levensboom en de boom van kennis tegelijk. De levensboom wordt vooral geassocieerd met de opgaande stroom, de schepping, het spirituele, de verlossing, de energie uit de hemel via dauw en regen. Yggdrasil werd als hoofd-zetel der goden beschouwd: Zijn takken spreidden zich uit over de hele wereld, en zijn kruin reikte tot in de hemel. Deze merkwaardige boom was verbonden met alle hoeken van het universum en herbergde tal van diersoorten.
Net als bij de Germanen en de Scandinaviërs werd de es door de oude Grieken en Romeinen ook als heilig beschouwd, zij zagen de es als een boom van overvloed en gelukzaligheid.

Ideaal
De gewone es biedt een prima onderkomen aan allerlei planten en dieren. Het essenmotje, de essnuittor, de essengalmijt voelen er zich thuis, maar ook voor blad- en levermossen is het een ideale stek. Vooral knotbomen zijn hiervoor erg geschikt en kunnen dan ook heel wat soorten herbergen.

IMG_esplaatjes3

Beschermend
Zoals veel andere bomen wordt ook de es als beschermend gezien. Men hing een staf van essenhout boven de deurpost als bescherming voor huis en haard. Zaadjes werden gebruikt om slangen en boze geesten af te weren. Als je de liefde van het andere geslacht wilde, moest je de blaadjes bij je dragen, maar legde je ze onder je hoofdkussen, dan gaven ze profetische dromen.

Wratten
In de Middeleeuwen werd de es aangewend bij inwendige ‘verhardingen’ (vanwege de aanwezige calciumzouten en het appelzuur in het blad). Ook werd de bast wel gebruikt tegen malaria en het hout om neusbloeden te stelpen. Als je van je wratten af wilde, moest je het volgende magische rijmpje opzeggen:”Ashen tree, ashen tree, I pray, buy these warts of me.”

Ziekte
Het gaat niet goed met één van onze prachtige inlandse bomen, de es of Fraxinus exelsior. Deze veel voorkomende boom in de Benelux wordt al enkele jaren geplaagd door een vervelende schimmel met de naam Chalara fraxinea. Deze fatale schimmelziekte komt overgewaaid uit het Noordoosten van Europa en dook in Vlaanderen voor het eerst op in het najaar van 2010 en het gaat van kwaad naar erger. Zie ook: bit.ly/PkymVB .

Manna
Op Sicilië wordt, om sap te winnen, de pluimes aangeplant. Het sap dat na verwonding uit de boom stroomt, vormt een witte kristalvormige massa die zoet smaakt en manna wordt genoemd. Dit mannais eetbaar, helpt tegen hoest en heeft een laxerende werking. Manna kan ook uit onze gewone es worden gewonnen. Het bijbelse manna heeft een andere herkomst. God zond de Israëlieten in de woestijn voedsel in de vorm van manna: Men neemt aan dat dit uit de ter plaatse groeiende Tamariskbosjes kwam. Op die boom leven luizen die het sap opzuigen. Het teveel scheiden ze weer af in de vorm van een zoete regen. Dit is vergelijkbaar met het ‘sap afscheiden’ door de bladluizen op de lindes. (bloesem pluimes, foto rechtsboven)

‘s Morgens hebben deze ‘regendruppels’ een vaste vorm, door de zonnewarmte smelten ze. Het volk Israël moest ’s morgens manna verzamelen, omdat het later op de dag verdween.

terug