Lidsteng (Hippuris vulgaris)

Als je langs een polderslootje loopt, let dan eens op of je dit sierlijke plantje ziet. Als het zich voldoende heeft uitgebreid, lijkt het op een miniatuurbosje van sparretjes, zowel onder als boven water.

IMG_lidsteng

Fier
Lidsteng komt voor op zonnige plaatsen in stilstaand tot stromend, helder, ondiep tot vrij diep, zoet of zwak brak, voedselrijk water. Niet alleen in een poldersloot maar ook in duinmeertjes, poelen, greppels, oude rivierarmen, beken en vijvers kun je hem vinden.
Lidsteng is een vaste plant, die behoort tot de Lidstengfamilie, Hippuridaceae. De botanische naam Hippuris is afgeleid van de Oudgriekse woorden hippos = paard en oura = staart. Vulgaris is het Latijn voor gewoon. De Franse benaming is pesse d’eau, in het Duits noemt men hem Tannenwedel (dennenstaart of dennenkwast). In Engeland ‘mare’s tail’. De plant met de leuke rechtopstaande stengels, die fier boven de waterspiegel uitsteken, lijkt ook wel wat op een paardestaart. De plant komt van nature voor in Europa, West-Azie, Noord-Amerka, Groenland, antarctisch Amerika en Australië.

Kransen
De rechtopstaande stengels, die 30 à 50 cm boven het wateroppervlak uit kunnen steken, ontspruiten aan zich vertakkende wortelstokken die over de bodem kruipen. De grootste hoeveelheid bladmateriaal van lidsteng bevindt zich onder het water en lijkt op waterpest. Deze bladeren produceren zoveel zuurstof dat lidsteng bij de zuurstofplanten wordt ingedeeld. De stengels zijn buisvormig, niet vertakt, blauwachtig groen en kaal en
worden tot 1 cm dik. Al vroeg in het voorjaar verschijnen de langwerpige, afstaande
blaadjes van 2 cm lang en 3 mm breed, die in kransen van 6 tot 12 exemplaren rond de stengels staan.

Voedsel
De plant bloeit wel (mei t/m augustus), maar heel onopvallend met groene bloempjes in de bladoksels. Ze bestaan slechts uit 1 meeldraad, 1 stamper en een paar schubjes en worden door de wind bestoven. De gladde, drijvende zaadjes zijn 2 tot 3 mm groot. De vrucht is een eenzadig nootje, dat blijft drijven en door watervogels wordt verspreid. De ondergedoken scheuten van lidsteng blijven ’s winters groen en vormen zo een belangrijk voedsel voor vele dieren. Eenden eten deze plant graag. In droge, warme zomers kunnen de bovengrondse delen aangetast worden door zwarte luizen. Onder water kunnen de fijne, naaldvormige blaadjes aangevreten worden doorslakken.
Lidsteng is bijzonder rijk aan kiezelzuur. Tijdens de eerste week van hun groei bevatten jonge scheuten er echter nog niet veel van. Men kan ze dan bereiden als asperges. De Eskimo’s weten dat al lang en maken er dankbaar gebruik van om hun monotone menu wat uit te breiden. In de volksgeneeskunde speelde lidsteng een bescheiden rolletje. Een aftreksel van de plant werd vroeger toegepast bij maag- en darmzweren, interne bloedingen en huidaandoeningen.

terug