Natuurnieuwsbrieven

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand januari.
Hieronder kunt u de voorafgaande maanden nog eens bekijken/lezen.

NNN januari, NNN februari, NNN maart, NNN april, NNN mei, NNN juni, NNN juli,
NNN september, NNN oktober, NNN november, NNN december

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

Lees hier verder

Broeden
Brandganzen broeden in Nederland vanaf half april tot ver in juni. Het zijn grondbroeders, ze maken een zelfgebouwd nest van stro en takjes, bekleed met dons, mos en droog gras. Ze hebben één legsel per jaar dat bestaat uit 4-7 grijswitte eieren, die verkleuren naar crème tijdens het broeden. De broedduur is 24-26 dagen, alleen het vrouwtje broedt. Zowel het mannetje als het vrouwtje zorgen voor de kuikens, die een dik grijsachtig donspakje hebben met een kort zwart snaveltje en zwarte pootjes. Brandganzen worden gemiddeld 12 jaar oud.

De hier broedende brandganzen blijken ruim een maand eerder te beginnen met de eileg dan hun soortgenoten in de Arctische broedgebieden. Het zijn koloniebroeders. Soms liggen de nesten niet verder dan twee meter van elkaar, waardoor er een hogere weerbaarheid tegenover predatoren ontstaat. De nesten liggen, net als bij de grauwe gans, in besloten vegetatie (riet, struweel, moerasbos), maar worden daarnaast ook op nauwelijks begroeide eilanden aangetroffen. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat tussen de 16.000 en 22.000 (in 2013-2015, bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland).

Blauwe lijst
Een groot gedeelte van de wereldpopulatie overwintert in Nederland. Tijdens zeer strenge winters dalen ze af tot in België en Frankrijk. Over het algemeen volgen deze dieren de zogenaamde vorstlijn en trekken ze met dit vorstgebied mee. Overwinterende brandganzen zijn vooral afkomstig van Nova Zembla en Zweden. De eerste wintergasten komen hier aan in december en verlaten ons land gewoonlijk in maart.

De brandgans staat als wintergast (net als Kleine Zwaan, Toendrarietgans, Kleine Rietgans, Grauwe Gans, Dwerggans, Kolgans, Brandgans, Zwartbuikrotgans, Bergeend, Topper, Krakeend, Smient, Slobeend, Pijlstaart, Lepelaar, Meerkoet, Strandplevier, Zilverplevier, Bonte Strandloper, Rosse Grutto, Wulp, Lachstern en Grote Stern) op de Blauwe Lijst, omdat Nederland van zeer groot internationaal belang voor ze is.

Brandganzen die in Nederland overwinteren, broeden op de arctische toendra, ze trekken in de loop van april en mei naar het noorden en arriveren begin juni in de broedgebieden. Ze broeden op Groenland, Spitsbergen, Nova Zembla en in Noord-Rusland. De nesten worden daar gemaakt op steile rotskusten en kliffen, op veilige plaatsen, zoals richels, die meestal alleen vliegend bereikbaar zijn. Na het grootbrengen van de jongen trekken ze vanaf begin augustus al weer naar het zuiden. De brandgans vliegt met een snelheid van 85 kilometer per uur. De laatste jaren blijven grote groepen brandganzen in Nederland en zijn dus het hele jaar door op Nederlandse graslanden te vinden.

Volksgeloof
Ooit dacht men dat de Brandgans (ook wel Dondergans genoemd) geboren werd uit nat hout of vruchtdragende bomen, omdat niemand ooit een nest had gevonden van dit dier. Op een eiland bij Lancashire (Engeland) is het strand bezaaid met wrakhout en afgebroken takken, aan dit rottende hout hangen duizenden mosselachtige schelpen. In sommige daarvan zouden zachte veren ballen leven, die worden gevoed door zeewater en sap in het hout. Uit sommige open schelpen steken voetjes met vliezen en aan andere hangen gansjes aan hun snavel. Als ze op de grond vallen, rennen ze zo snel mogelijk naar het water. Als de pompoenachtige vruchten opengaan van de bomen die langs de waterkant groeien, valt er ook een aan zijn snavel hangend dondergansje uit. Valt het op het land, dan sterft het, valt het in zee, dan zwemt het ongedeerd weg.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van januari