Natuurnieuwsbrieven

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand maart.
Hieronder kunt u de voorafgaande maanden nog eens bekijken/lezen.

NNN februari ’18, NNN maart ’18, NNN april ’18, NNN mei ’18, NNN juni ’18, NNN juli , NNN september’18, NNN oktober ’18, NNN november’18, NNN december’18, NNN januari ’19, NNN februari ’19

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

Vervolg Natuur Plus

Huwelijkse trouw
Snel achter elkaar aanvliegen doen de heggenmussen in de paartijd, regelmatig met z’n drieën. Het zijn echte baltsvluchten. Ze beginnen ermee in februari, maar het is eind maart voordat er genesteld wordt. Heggenmussen hebben een bijzonder liefdesleven, waarbij zowel de mannetjes als de vrouwtjes meerdere partners kunnen hebben.


Kleine anekdote:

Marjolein Bastin en Nico De Haan schrijven in hun boek ‘Kijk op vogels om het huis’ dat er ooit een Victoriaanse dominee, F.O. Morris, die niet op de hoogte was van het seksleven van de heggenmus, zijn parochieleden aanraadde om een voorbeeld te nemen aan de levenswijze van dit vogeltje. Tijdens die speelse vluchten wippen ze met snelle bewegingen door de tuin. Waar ze neerstrijken maken ze vlugge en wat schichtige trek- en klapbewegingen met hun vleugels. Dan raken de beide vogels in extase en klinkt hun heldere liedje onophoudelijk.

Broedtijd
Een heggenmus voelt zich overal thuis waar voldoende dekking en nestplaatsgelegenheid is. Het vogeltje broedt in kleine tuinen, in parken en op begraafplaatsen, maar ook in houtsingels en bosjes in cultuurgebied. We zien hem bij boerderijen, in jonge bosaanplantingen, in naaldbos met voldoende ondergroei, in duindoornbosjes en op rommelige kaalslagen. Aan het begin van het broedseizoen (half maart) zet het vrouwtje een territorium uit. Ze verjaagt andere vrouwtjes en bouwt alvast een nest. Het ligt goed verborgen dicht bij de grond in dicht struikgewas. Manlief vliegt ijverig met haar mee, maar hij mag niet meehelpen met het bouwen. Het nest is een kommetje dat ze netjes afwerkt met mos, twijgjes, veertjes, haartjes en eventueel wol.

Het legsel bestaat uit 4 a 5 eitjes die helder blauw van kleur zijn (vandaar de naam blauwpieper). De eitjes worden tijdens de broedduur van 14 dagen alleen door het vrouwtje bebroed. De hulp van de mannetjes (liever nog twee mannetjes) is hard nodig als de jongen zijn uitgekomen en gevoerd moeten worden. De jonge vogeltjes werken een enorm aantal insecten weg en het is een hele toer om er genoeg te verzamelen. Het vrouwtje kan dat niet alleen. Na ongeveer 12 dagen vliegen ze uit.

Pleegouder
De koekoek gebruikt een heggenmus graag als pleegouder. Het mannetje koekoek leidt een broedende heggenmus af, waarna het vrouwtje een ei legt in het nest van de heggenmus. Daarna neemt ze een ei van de heggenmus mee, zodat die niet doorheeft dat er een ei teveel in haar nest ligt. Het heggenmusje broedt alle eieren uit en zorgt voor alle jongen. Een ondankbare taak, want de grotere jonge koekoek duwt zijn stiefbroertjes en zusjes allemaal het nest uit, zodat hij al het voedsel voor zichzelf heeft.

Vogeltrek
‘Onze’ heggenmus (er zijn 13 soorten) komt vooral voor in Midden- en Noord-Europa, behalve in IJsland, het zuidelijkste deel van Spanje, Italië en Griekenland. Als het kouder wordt trekken ze naar het zuiden of naar de kust. De Nederlandse broedvogels blijven hier, maar een deel verplaatst zich vermoedelijk in de winter van voedselarme naar rijkere gebieden. De trek in het voorjaar, in maart en de eerste helft van april, valt hoegenaamd niet op. Bij de najaarstrek gaat het om veel grotere aantallen, vooral langs de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust en in het zuidoosten van het land. Die najaarstrek speelt zich nagenoeg geheel in september en oktober af, met als hoogtepunt eind september en de eerste helft van oktober.

  Terug naar de natuurnieuwsbrief van maartstippellijn