Natuurnieuwsbrieven

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand mei.
Hieronder kunt u de voorafgaande maanden nog eens bekijken/lezen.

NNN mei ’18, NNN juni ’18, NNN juli , NNN september’18, NNN oktober ’18, NNN november’18, NNN december’18, NNN januari ’19, NNN februari ’19, NNN maart ’19, NNN april ’19

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

Vervolg Natuur Plus mei

Wilde vorm – naam
Knolsteenbreek is een overblijvende, winterharde plant uit de steenbreekfamilie.
Hij ontleent zijn naam aan de kleine knolletjes aan de voet van de stengel vlak boven of net onder de grond. Saxifraga komt van het Latijnse saxum (rots) en frangere (breken). De naam wekt misschien de indruk dat ze de rotsen kunnen splijten, doordat ze in kieren en spleten van het gesteente groeien. Maar de spleten waren er eerder dan de plantjes. De naam vindt zijn werkelijke oorsprong in het medicinaal gebruik van steenbreeksoorten als geneesmiddel bij nier- en blaasstenen. Granulata wijst op de knolletjes. In Zuid-Holland noemde men hem snikkelaar, in Groningen steenroosje en op Walcheren sassefrasje.Groeiplaatsen
Merkwaardigerwijs groeit de (enkelbloemige) knolsteenbreek van nature slechts onder de grote rivieren. Hij komt voor in een groot deel van Midden- en West Europa. In Nederland slechts zeer beperkt in Zuid-Limburg, Noord-Brabant en in de omgeving van Nijmegen. De plant kwam vroeger algemeen voor in beekdalen en andere vochtige graslanden in de zuidelijke provincies van ons land. Hij groeit in hooiland, extensief beweid weiland en vochtig, licht bemest grasland, uiterwaarden, buitenplaatsen, waterkanten, bermen, dijken, aan de voet van hellingen, bosranden, muren, wallen en langs bospaden.

Uiterlijk
Knolsteenbreek vormt een wortelrozet van niervormige, gekartelde groene blaadjes dat aan het eind van de zomer en in het najaar wordt gevormd en ‘s winters groen blijft. Uit de rozet ontwikkelt zich een stengel waaraan een klein aantal verspreid staande wigvormige bladeren met lobben is te vinden. De stengel is sterk behaard, rechtopstaand en rolrond. De plant wordt 20 tot 30 cm. hoog. Aan de top van de bloeistengel verschijnt in mei-juni een tros met meestal tussen de drie en tien bloemen. Ze hebben vijf vrijstaande witte, enigszins geaderde kroonbladen die tot drie maal zo lang zijn als de kelkslippen. Tegen het midden van de zomer verdwijnt het plantje bovengronds.

Verspreiding
Bestuiving gebeurt vooral door korttongige insecten, bijen en zweefvliegen, die op de nectar afkomen. Deze wordt geproduceerd aan de voet van het vruchtbeginsel. Het zaad dat in het vruchtbeginsel ontstaat na bestuiving is erg fijn en wordt door de wind verspreid. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). De meeldraden rijpen eerder dan de stempel, zodat zelfbestuiving niet mogelijk is.

Zeldzaam
Knolsteenbreek was net zo algemeen als speenkruid en heeft ook eenzelfde methode van verspreiding, door broedknolletjes. Maar de knolletjes van de knolsteenbreek zijn blijkbaar gevoeliger voor negatieve milieu-invloeden. Door ontwatering en overvloedig gebruik van kunstmest is het een bijna verdwenen, zeldzame plant geworden, die in Nederland op de rode lijst van 2012 staat met de aanduidingen zeldzaam, sterk afgenomen en bedreigd. In Vlaanderen is de plant vrij algemeen in het Maasgebied, in

Limburgs Haspengouw en in de Kempense en Brabantse rivier- en beekdalen. Buiten genoemde gebieden is de soort zeer zeldzaam of ontbrekend.

Medicinale toepassing en volksgeloof
De plant werd in de middeleeuwen in de tuinen van kloosters gekweekt als medicinale plant. De kleine knolletjes onderaan de stengel werden in verband gebracht met gal- en nierstenen. Uit de knolletjes werd een extract gemaakt dat werd gebruikt om deze uit het lichaam te verwijderen. In Rusland geloofde men dat de plant dode geesten uit hun graven kon bevrijden.

  Terug naar de natuurnieuwsbrief van meistippellijn