Natuurnieuwsbrieven

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van deze maand.

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

 Lees hier verder

Mottenkruid
Op de roodbruine takken staan tot 4 cm lange, dof grijsgroene, leerachtige blaadjes die bij de top getand zijn en breder dan bij de steel. Onderaan de bladeren zitten harspuntjes met harsklieren, die etherische olie produceren. De sterke reuk verjaagt luizen, vlooien, muggen en motten. Vroeger werden voor dit doel, bladeren en takken van de gagel in de bedstee onder de beddenzak gelegd. Dit verklaart meteen de volksnamen: mottenkruid en vlooienhout. Een bosje gagel in de kleerkast was een afweermiddel tegen motten. De struik werd beschouwd als een medicinale plant, bijvoorbeeld bij kiespijn en tegen huidziekten.

Bitter
De smaak is bitter en de stoffen zijn licht giftig. De bladeren werden vroeger gebruikt in de bierbrouwerij, maar zijn later vervangen door hop. In België wordt gagel nog steeds toegevoegd aan het biologische bier Gageleer, ook bij het Duitse Grutbier wordt het gebruikt in plaats van hop. Dodoens schreef in 1644: “De vrucht wordt op verscheyden plaetsen in bier ghesoden oft ghebrouwt ende maeckt den mensche seer haest droncken”. In een oude Nederlandse tekst over gagel staat dat het aan bier een seer dronkenmannende kracht gaf.
In Denemarken gebruikt men de twijgen van de struik bij het bereiden van gageljenever (porsesnaps). Vroeger werd het blad toegepast bij het leerlooien en uit de vrouwelijke katjes werd gele verfstof gemaakt. De struik werd en wordt nog gebruikt voor het maken van bezems (volksnaam: bessemhout).

Mannelijk en vrouwelijk
De mannelijke katjes zijn langwerpig zoals we die ook wel kennen bij de wilg, zwarte els en de hazelaar. Bij de gagel staan ze rechtop en als de katjes bloeien maken ze heel veel stuifmeel dat door de wind wordt verspreid. De vrouwelijke katjes zijn veel kleiner en daardoor minder opvallend. Het stuifmeel dat op de vrouwelijke bloemen terecht komt, zorgt voor bevruchting en in de zomer ontstaan de groen gekleurde en weinig opvallende vruchten.

Meestal heeft een struik óf mannelijke, óf vrouwelijke katjes, maar eenzelfde struik kan van geslacht wisselen door het ene jaar mannelijke en het andere jaar vrouwelijke katjes te dragen. Gagel groeit met lange ondergrondse uitlopers. Aan de wortels zitten knolletjes in wisselende grootte; deze bevatten een zwam/schimmel (mycelium) en dienen om stikstof in op te slaan die niet via het blad uit de lucht wordt opgenomen maar uit de grond. Daarmee kan gagel moeilijke tijden overbruggen.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van april