Natuurnieuwsbrieven

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van deze maand.
Hieronder kunt u de 5 voorafgaande maanden nog eens bekijken/lezen.

NNN januari 2018, NNN februari, NNN maart, NNN april, NNN mei,
NNN juni, NNN juli

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

Lees hier verder

De bovenste kransen met bloemen hebben veel meeldraden, die eveneens dieppaars gekleurd zijn. Deze mannelijke bloemen hebben ook een slanke, wat langere steel. De meeldraden rijpen pas wanneer de vrouwelijke bloemen die onderin de bloeiwijze staan, uitgebloeid en bevrucht zijn. Na bevruchting door stuifmeel van een plant die mannelijk bloeit, groeien de vruchtbeginsels uit tot afgeplatte, gevleugelde en eironde vruchtjes (zaadbollen). Deze zijn een halve cm groot en hebben een rechtopstaand snaveltje van één mm. Zo’n bolvormig geheel van vruchten is ook opvallend aan de stengel.

Standplaats
Pijlkruid is een inheemse overblijvende moeras- en waterplant die groeit in stilstaand of zwak stromend, ondiep tot vrij diep, voedselrijk zoet water tussen de 10 en 60 cm diep (in snel stromend water komt de plant niet tot bloei). Je vindt pijlkruid in kleine rivieren en plassen, vaarten, sloten en beken. Algemeen in het rivierengebied en het laagveengebied, plaatselijk algemeen in Drenthe, zeer zeldzaam in Zeeland, Zuid-Limburg en op de Waddeneilanden, elders vrij zeldzaam.

Verspreiding
De plant vormt knollen in de herfst zodat ze kan overwinteren. Ze verdraagt plotseling optredende forse kou en is dan in het voordeel boven andere waterplanten. Zaden verspreiden zich drijvend over het water. Ze zijn nog in rusttoestand en niet in staat om te kiemen. Ze hebben eerst een koudeperiode nodig om zich voort te planten. Naast verspreiding door middel van zaad wordt pijlkruid ook verspreid door vogels die de knollen eten die in het najaar aan de lange uitlopers van de wortelstokken ontstaan.

Bladeren
De stengels ontspruiten aan een korte dikke wortelstok. In de wortelrozet worden eerst alleen lange, lintvormige bladeren gevormd die onder water blijven. In diep of snel stromend water zijn er alleen maar van deze bladeren. Later ontstaan er ook lang gesteelde bladeren, eerst drijvende, eironde tot langwerpige bladeren, die aan de voet afgerond of min of meer pijlvormig zijn. Tenslotte ontstaan de rechtopstaande bladeren met de boven het water uitstekende, diep pijlvormige bladschijf. Deze groei, dus zowel onder als boven water groeiend in verschillende vorm heet dimorfische amfibie. Pijlkruid is een kompasplant: de bladschijf staat meestal Noord-Zuid gericht.

Parasieten
In de stengeldelen van de plant die zich onder water bevinden kunnen gangen worden gemaakt door larven van de dansmuggen. De zachte onderwaterstengels hebben ook te lijden door slakkenvraat. Boven water zijn de stengels juist weer gevoelig voor zwarte luis. De pijlkruidkever heeft pijlkruid als waardplant. De volwassen kevers vreten aan het blad terwijl de larven onder water van de stengels leven.

Toepassing
Aan het einde van het groeiseizoen vormt de plant lange uitlopers die eindigen in knolletjes. Het zijn de aardappeltjes voor de watervogels. Vroeger werden ze uit de sloot gevist met stokken. Gebakken of gekookt smaken ze naar aardappel. Vind je in de herfst ergens langs de waterkant pijlkruid dan kun je de knolletjes ook roosteren boven een kampvuurtje. De zetmeelhoudende, zoet-aromatisch smakende knolletjes worden in China en Japan als groente gegeten. Ze worden geschild, in kleine stukken gesneden en gekookt. Ze zijn een bestanddeel van veel Aziatische gerechten. Ook de jonge bladeren zijn eetbaar. Het blad werd vroeger in de artsenij gebruikt.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van september