Koekoek (Cuculus canorus)

Ongeveer vanaf half april kunnen we de eerste koekoeken weer horen. Het mannetje, met geen enkele andere vogel te verwarren, roept de eigen naam. Het vrouwtje daarentegen maakt een giechelend-lachgeluid. Zij laat lang niet zo vaak en opvallend van zich horen als het mannetje.

koekoek

Sperwer
De koekoek is een vogel van middelmatige grootte met een lange smalle staart en puntige vleugels. Hij wordt weleens eens verward met de sperwer die van gelijke grootte is, maar een ander vliegbeeld heeft. Vroeger dacht men dat de koekoek ’s winters veranderde in deze roofvogel. Van vogeltrek had men in die tijd nog nooit gehoord.

Pleegouders
Mannetjes doen, vanaf de tijd dat ze weer in Nederland zijn gearriveerd, hun best om een vrouwtje te lokken. Wanneer een vrouwtje op de avances ingaat, moet ze goed op de hoogte zijn waar ze haar ei kwijt kan. Koekoeken broeden hun eieren namelijk niet zelf uit. Nee, ze leggen hun eieren in het nest van een andere vogelsoort. Dat is die vogelsoort waar de vrouwtjeskoekoek zelf is grootgebracht. Dus komt ze uit een heggenmussennest, dan zoekt ze deze vogelsoort op. Daarvoor inspecteert ze veelvuldig nesten van toekomstige pleegouders. Haar kansen zijn het grootst als er nog maar een paar eieren liggen. Zo gauw het nest even verlaten wordt, grijpt ze haar kans aan en legt een ei, dit duurt hooguit 10 seconden. Als er al veel eieren liggen -meer dan twee- verwijderd ze deze zoveel mogelijk om het hare erbij te leggen. En wel zo dat het voor de pleegouder(s) niet opvalt. Meneer en mevrouw koekoek zijn elkaar niet trouw; tijdens het broedseizoen paren ze met verschillende partners. Elke 48 uur kan een ei worden gelegd en een vrouwtje kan in één broedseizoen tot 20 eieren leggen. Voor elk ei moeten nieuwe pleegouders gezocht worden en van dezelfde soort. Belangrijke waardvogels zijn heggenmus en kleine karekiet. Verder bijv. gele en witte kwikstaart, roodborst, winterkoning en rietzanger. Het zijn allen insectenetende zangvogels.

Koekoeksjong
Nadat het ei twaalf dagen is bebroed komt het uit. Het jong is naakt, heeft de ogen gesloten en ziet er slap uit. Toch ziet het koekoeksjong kans om de eieren of al uitgekomen jongen van de pleegouders uit het nest te verwijderen. Deze verwijderingsdrift is na vier dagen verdwenen. De gastouders vliegen af en aan om het hongerige kuiken te voeren. De wijd opengesperde bek met opvallend rode keel is onweerstaanbaar voor ze. Het jong groeit als kool en na ongeveer drie weken is het groot genoeg -zelfs groter dan zijn pleegouders- om uit te vliegen. Het voedsel bestaat vanaf die tijd uit harige rupsen. De koekoek ondervindt door dit menu geen voedselconcurrentie van andere vogelsoorten.

Bijzonder fenomeen
De koekoekoudervogels, die zich nooit om hun kroost bekommerd hebben, vertrekken al in augustus naar warmere oorden in Afrika. De in dit jaar geboren jongen gaan de ouders in september- oktober na. En het blijft een bijzonder fenomeen; de jongen weten precies waar ze naar toe moeten vliegen in herfst en voorjaar, in welk nest ze een ei moeten leggen en welk voedsel ze nodig hebben, zonder ooit iets van een oudervogel geleerd te hebben.

terug