Natuurnieuwsbrieven

vervolg van Natuur Plus oktober 2020:  Ekster
(scroll tot onder het formulier)

 

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand oktober.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN okt ’19, NNN nov ’19, NNN dec ’19, NNN jan ’20, NNN februari ’20, NNN maart ’20, NNN april ’20, NNN mei ’20, NNN juni ’20, NNN juli/augustus ’20, NNN sept ’20

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

vervolg van Natuur Plus september 2020:  Ekster

Eksterbruiloft
In het voorjaar vormen zich grotere groepen voor de paarselectie. Tijdens de balts lichten de mannetjes herhaaldelijk snel de kopveren op, tillen hun staart op en openen en sluiten deze snel als een waaier, en roepen met zachte tonen die duidelijk anders zijn dan hun gebruikelijke geluiden. Korte glijvluchten en achtervolgingen horen bij het baltsritueel. Een eksterbruiloft begint als een paartje probeert een nieuw territorium binnen het bestaande te veroveren. De bewoners willen de indringers verdrijven en al dat geruzie trekt weer andere eksters aan.

Nest
Eksters houden van open landschappen met verspreide bosjes, bomenrijen of geïsoleerde hoge bomen, zoals populieren die een aantrekkelijke broedplaats vormen. Het nest wordt (meestal) in de vork van een tak gebouwd.
De bouw duurt 40 dagen. Het is een stevige constructie van takken en twijgen, gevoerd met modder en plantaardig materiaal. Het mannetje brengt de grote takken en modder naar het nest, het vrouwtje zorgt voor de kleine takjes en de binnenafwerking. Eksternesten zijn, vooral in kale boomkruinen, te herkennen aan hun hoge vorm. Het overkapte nest heeft een verborgen ingang en een dak met doorntakken als bescherming tegen aanvallen van dominante zwarte kraaien, die de eksternesten willen afbreken om te voorkomen dat eksters in de buurt van hun territorium gaan broeden. Eksters kunnen meerdere nesten maken waarbij er slechts één wordt bewoond. Ze bouwen vaak grote nesten. Een Zweeds koepelnest bestond uit 598 takken en woog 4,6 kg. Torenvalken, boomvalken en ransuilen die zelf geen nesten bouwen, maken graag gebruik van oude eksternesten.

Broeden
Eksters brengen per jaar maar één nest jongen groot, tenzij een nest vroeg te gronde gaat. Vanaf eind maart tot in juni, maar vooral in april worden er 5-7 eieren gelegd, die meestal blauwgroen of gelig van kleur zijn met bruine en grijze spikkels.
De kuikens zijn nestblijvers. Ze openen hun ogen 7 tot 8 dagen na het uitkomen. Hun lichaamsveren beginnen na 8 dagen te verschijnen en de slagpennen na 10 dagen. Rond de 27 dagen vliegen ze uit. De ouders blijven de kuikens nog enkele weken voeren. Gemiddeld overleven slechts 3 of 4 kuikens. Sommige nesten gaan aan roofdieren verloren, maar een belangrijke factor die de kuikensterfte veroorzaakt is hongersnood. Ekstereieren komen niet tegelijk uit en als de ouders moeite hebben met het vinden van voldoende voedsel zullen de laatste kuikens verstoten worden.
Eksters vormen levenslange broedparen en met de uitgevlogen jongen vormen ze nog een tijd een gezin, maar ze leven ‘s zomers niet in groepen zoals de kauw vaak doet.

Jeugdbendes
Jonge eksters lijken op de ouders, maar hebben aanvankelijk niet dezelfde weerschijn op de zwarte delen van hun verenkleed en de staart is nog kort. Vooral de veren van vleugel en staart bereiken pas hun uiteindelijke lengte in het daaropvolgende jaar. De poten zijn echter wel al volledig “op sterkte”. Dat komt goed van pas bij het voedsel zoeken, dat vooral op de grond gebeurt.

Eksters worden ook wel “de kwajongens” onder de vogels genoemd. Tot hun derde levensjaar leven eksters in ‘jeugdbendes’, een harde leerschool om de noodzakelijke ervaring op te doen die een ekster nodig heeft om jongen groot te kunnen brengen. Deze jonge, territoriumloze en vrijgezelle vogels vormen groepen van 10 tot wel 50 exemplaren.

Dief
Een ekster loopt parmantig. Als hij opgewonden is kan hij gaan huppen met kleine sprongetjes zijwaarts, met de vleugels iets opengespreid. De lange staart wordt bij het landen omhoog gehouden en komt ook niet op de grond. Eksters staan er in de volksmond om bekend glimmende voorwerpen als sieraden en zilveren theelepeltjes te ‘stelen’ en naar het nest te brengen. Dat is een fabeltje, het is in ieder geval nooit bewezen. De ekster is wel extreem nieuwsgierig. Hij is niet bang in de buurt van mensen en stapt op onbekende voorwerpen af en onderzoekt ze.

Geluid
Het bekendste geluid van de ekster klinkt -met wat fantasie- als het luid schudden met een grote lucifersdoos, of een luide roep die klinkt als ‘kiejak’. Communicatie tussen volwassen eksters bestaat uit krassende, schetterende, schorre geluiden, die klinkten als kékkerèkèk. Maar als u stilletjes een eksterpaartje bespiedt, hoort u dat ze ook een liedje hebben, heel zacht en melodieus. Een pruttelend, borrelend, babbelend liedje. Het zijn dan ook zangvogels. De alarmroep is een ratelend hard ‘jek, jek of een herhaalde ‘tsakakak’.

Parasieten
Oververhitte vogels zijn lusteloos en ademen snel. Zo’n dier zit vaak met gespreide veren en de snavel open te hijgen om via tong en bek vocht te verdampen. Het is mogelijk dat een vogel die met uitgespreide veren in de zon ligt níet oververhit is, maar zijn of haar parasieten kwijt wil raken. Door met gespreide veren in de zon te liggen, maken ze het zó warm tussen hun veren dat de parasieten het niet meer uithouden en weggaan. Slim. Ze zijn dan niet lusteloos en vliegen op zodra u in de buurt komt.

Voedsel
’s Zomers staat dierlijk voedsel op het menu. Het bestaat voor méér dan 90% uit ongewervelden, kevers, emelten, regenwormen en spinnen. Vóór de komst van pesticiden werd de ekster door land- en bosbouwers als een nuttige vogel gezien. Eksters stonden in voor verdelging van engerlingen, ritnaalden, veldmuizen en andere voor de land- en bosbouw schadelijke organismen. ’s Winters bestaat het menu grotendeels uit zaden en vruchten.

Ze gaan vaak op schapen, paarden en koeien zitten om de parasieten er af te pikken. Door de lichaamsbouw met de lange, stevige snavel en zijn lange poten is de ekster voorbestemd om zijn voedsel op de grond te zoeken, in de stad pikt hij ook een graantje mee van patat, brood en wat mensen verder aan eetbaars weggooien. Studies hebben uitgewezen dat eieren en zangvogels slechts een zeer klein percentage uitmaken van het eksterdieet; en dit uitsluitend tijdens het broedseizoen. De zangvogelpopulatie ondervindt hier geen schade van. Het aantal jonge en volwassen zangvogels dat door rondstruinende katten wordt gegeten is velen malen groter!

Schadelijk
“Ekster gezien – zangvogel weg – ekster de schuld” is dus voorbarig. Ook vossen, marters, eekhoorntjes en de talrijke loslopende katten zijn actieve predatoren: hun doen en laten vindt echter veel meer in het verborgene plaats en leidt nauwelijks tot oproepen voor bestrijding. Eksters kunnen op het land flinke schade aanrichten. Ze pikken met name de knoppen en vruchten van fruitbomen. Die gaan rotten en kunnen het overige fruit aantasten. Ze pikken ook gewassen als granen, maïs, bollen, fruit en groenten kapot. 

Vijanden
Van in gevangenschap gehouden eksters is vastgesteld, dat ze wel 16 jaar oud kunnen worden! In de vrije natuur mogen ze al blij zijn als ze de 2½ jaar halen. Bij gevaar is de ekster vaak de eerste die luid alarm slaat.
De belangrijkste natuurlijke vijanden zijn de havik en de sperwer die zowel volwassen als jonge vogels kunnen slaan. De buizerd heeft het voornamelijk voorzien op jonge vogels omdat hij voor de volwassen exemplaren niet wendbaar genoeg is. Vossen en (verwilderde) katten zijn eveneens een gevaar voor jonge eksters. Eekhoorns lusten, als ze de kans krijgen, graag een ekstereitje. Zwarte kraaien eten zowel de eieren als de jongen. Als gevolg van de vele misverstanden en vooroordelen die er over eksters bestaan is de mens eigenlijk wel de grootste vijand!

Onze voorouders aten een indrukwekkend aantal vogelsoorten, die nu niet meer op tafel komen: naast uilen werden regelmatig ook eksters en kraaien gegeten.

Leefgebied
De ekster komt voor in heel Europa en in grote delen van Azië. Oorspronkelijk vooral in open en halfopen landschappen zoals velden, landerijen en weilanden, afgewisseld met wat bossen en struiken. Tegenwoordig vind je ze echter ook steeds meer in de stedelijke omgevingen. Eksters zijn standvogels. Ze blijven hun hele leven binnen het enkele hectares grote territorium. Jonge vogels zwerven in kleine groepjes over geringe afstanden rond. In de winter bezoeken soms tientallen eksters gemeenschappelijke slaapplaatsen, vaak in dichte bosjes.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van oktober