Natuurnieuwsbrieven

vervolg van Natuur Plus april 2020 Krabbescheer (scroll tot onder het formulier)

 

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand april.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN april ’19, NNN mei ’19,NNN juni’19, NNN juli ’19, NNN sept ’19, NNN okt ’19, NNN nov ’19, NNN dec ’19, NNN jan ’20, NNN februari ’20, NNN maart ’20

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

vervolg van Natuur Plus april 2020 Krabbescheer

Uiterlijk
Krabbescheer is een meerjarige, in de bodem wortelende, inheemse waterplant. Steeds met uitlopers opzij uitlopend, vormen ze al snel grote drijvende eilanden. In Nederland werd het grootste gedeelte van het laagveen gevormd door krabbescheer. Op een kort stammetje staat een rozet die bestaat uit een flink aantal lancet- tot lijnvormige bladeren die langzaam toelopen in een spitse punt. De bladeren kunnen meer dan een decimeter lang zijn. Een grote plant kan tot 50 cm in doorsnede worden en een leeftijd bereiken van vele tientallen jaren. Krabbescheer is altijd groen. In het voorjaar ontstaan er in de plant eerst rode, later naar lichtgroen verkleurende nieuwe bladeren. In de loop van het jaar worden ze min of meer donkergroen.

Bloei
Vanaf half mei tot laat in juli laat krabbescheer zijn witte bloemen met maar drie bloembladen zien. De bloemen lijken los in het water te drijven, onder water zitten ze echter wel degelijk aan de plant vast. Krabbescheer is tweehuizig, dat wil zeggen, dat een plant óf vrouwelijke óf mannelijke bloemen draagt. Bij mannelijke planten zitten de witte bloemen met drie tot zes bij elkaar in een bloeischede, ze zijn vrij groot maar er bloeit altijd maar één van die bloemen tegelijk. Mannelijke bloemen staan op een steeltje, vrouwelijke bloemen lijken meer op de plant te zitten.

Bevruchting
Bevruchting geschiedt sporadisch doordat mannelijke en vrouwelijke bloeiende planten vaak ver uit elkaar liggen. De voortplanting vindt voornamelijk plaats door middel van uitlopers, (vegetatief) waaraan de kleine plantjes zich bevinden, meestal 3 tot 5 stuks. Bevruchters kunnen ook vliegen zijn die afkomen op de geur die de planten afgeven. Door de beperkte bestuiving en bevruchting is er weinig vruchtvorming. De vruchten zijn groene doosvruchten waarin zich de bruine zaden ontwikkelen. De zaden zijn bruin, een cm lang en een paar mm breed en lijken op worstjes. In de herfst zakken de meeste planten naar de bodem waar de zaden vrij komen. Die drijven naar het wateroppervlak waar ze door wind en golven worden verspreid. Watervogels eten een deel van de zaden op, maar die worden niet allemaal verteerd en zo verspreid. Na verloop van tijd zullen ze op de bodem onder gunstige omstandigheden kiemen en uitgroeien tot nieuwe planten.

Groeiplaats
Krabbescheer komt in Midden Europa en tot ver in Midden Azië voor.
In de natuur voelt de plant zich het beste thuis in rustig voedselrijk schoon water, met een waterdiepte tussen 25 centimeter en 2 meter, waar de bodem bestaat uit een sliblaag. De plant zit het hele zomer door stevig verankerd in de bodem, met lange, stevige wortels, die wel gemakkelijk afbreken, vooral bij de wortelbasis van de rozet. In de zomermaanden steken de gestekelde bladeren ruim boven het water uit. In het najaar worden de cellen van de afstervende bladeren gevuld met water. De plant zakt daardoor naar de bodem en gaat in winterslaap. In het voorjaar, in maart, vullen de cellen zich met gas onder invloed van fotosynthese, waardoor hij lichter wordt in gewicht en weer omhoog komt.

Gebruik door (water)dieren
De plant vormt een oase voor waterdieren. Jonge visjes zoeken bescherming tussen de bladeren. In de ondergedoken plant leven grote aantallen dansmuggen (larven), terwijl veel eendagsvliegen, slakken, platwormen en waterpissebedden zich tussen de hoger in het water groeiende planten thuis voelen. Daarnaast broeden op de krabbescheervlotten graag vogels. In de stad kunnen dat eenden, futen, waterhoentjes en meerkoeten zijn, buiten de stad dodaars en de zeldzame zwarte sterns. Ook andere dieren zoals de zeldzame krabbenscheervlinder, het lichtmotje en de gerande oeverspin, die prooien onder water vangt, worden vaak op deze plant aangetroffen.

Afhankelijk
De zeldzame groene glazenmaker (een grote libel) is voor zijn voortbestaan afhankelijk van krabbescheer. Het vrouwtje zet tegen de avond haar eitjes vlak onder de waterlijn af op de bladeren van deze plant. De eitjes overwinteren en komen in het voorjaar uit. De tweede overwintering vindt plaats als larve. 
In de daaropvolgende zomer vindt de gedaanteverwisseling naar een libel plaats. Voor de groene glazenmaker is het dus noodzakelijk de leefgebieden zó te beheren, dat er voldoende krabbenscheer aanwezig blijft. Ondanks dat krabbescheer (nog) vrij algemeen is, is de plant in Nederland toch sterk achteruit gegaan en geldt hij als een gevoelige soort. Voldoende reden om hem op de Rode lijst te plaatsen.

Mest
De planten verteren zeer snel en bevatten veel kali en fosfaten. In de vorige eeuw was krabbescheer in de kop van Overijssel een gewaardeerd mestmiddel op roggeakkers en aardappelvelden. Uit het water gehaald, werden ze direct op het land gebracht en ondergeploegd. Ook in Groningen en Friesland werden zij voor dit doel gebruikt.

Volksgeneeskunde
De plant zou een geneeskrachtige werking hebben. Met gekneusde bladeren zou men wonden kunnen helen, die door ijzeren wapens waren toegebracht.

 
Terug naar de natuurnieuwsbrief van aprilstippellijn