Natuurnieuwsbrieven

 

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand februari.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN februari ’19, NNN maart ’19, NNN april ’19, NNN mei ’19,NNN juni’19, NNN juli ’19, NNN sept ’19, NNN okt ’19, NNN nov ’19, NNN dec ’19, NNN jan ’20

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

vervolg van Natuur Plus januari 2020 Muskusrat

Muskus
Muskusratten hebben in de buurt van hun staart twee klieren die muskusolie produceren Die olie scheidt een bijzondere geur af. Ze lokken er de vrouwtjes mee en gebruiken de olie om hun territorium af te bakenen tijdens het voortplantingsseizoen (van maart tot september). In het voorjaar zie je soms olie op het water drijven, vlak bij de plek waar de muskusratten verblijven.

Voortplanting
Muskusratten paren nadat ze een nest hebben gebouwd. Ze planten zich erg snel voort. Drie keer per jaar krijgen ze een nest met gemiddeld zes tot acht jongen. De eerste jongen worden na 25 tot 28 dagen zwangerschap tussen april en mei geboren. Het tweede nest volgt in juni of juli en het derde in augustus of september.
De pasgeboren jongen zijn blind en vrijwel hulpeloos. Als ze een week oud zijn krijgen ze een ruwe grijsblauwe vacht. Na veertien dagen gaan hun oogjes open. De vacht wordt muisgrijs en zachter. Na 20 dagen zoeken ze zelf al naar voedsel en als ze een maand oud zijn, zijn ze al heel zelfstandig. De vacht van de meeste jongen wordt tussen de vierde en de zesde week bruin, net als bij de meeste volwassen muskusratten. Veel jonge vrouwtjes, die tussen april en mei geboren zijn, kunnen aan het eind van het jaar een eigen nest jongen krijgen. De mannetjes worden pas een jaar na hun geboorte geslachtsrijp. De levensduur van een muskusrat is twee tot vier jaar.

Voor- en najaarstrek
Een van de meeste bekende eigenschappen van de muskusrat is het wegtrekken van de plaats waar ze geboren zijn naar een nieuwe geschikte vestigingsplaats. Daardoor verspreiden de muskusratten zich erg snel. In het voorjaar en in het najaar trekken de muskusratten naar een andere plek. Ze maken niet alleen gebruik van waterwegen als trekroute, maar kunnen ook door dichtbevolkte woongebieden met veel verkeer en over het land trekken, waarbij ze regelmatig wegen en spoorwegen oversteken. In het najaar zijn het voornamelijk de jonge dieren die wegtrekken. Tijdens het voorjaar gaan de oudere dieren op zoek naar een nieuw geschikt territorium.

Voedsel
Naast de aanwezigheid van water is ook de aanwezigheid van voedsel zo dicht mogelijk bij de bouw heel belangrijk. Muskusratten kunnen meer dan tien minuten onder water blijven en komen alleen uit het water om te eten langs de oevers. Ze eten het liefst frisse en sappige delen van een (water)plant, gras en riet. In de winter, wanneer er niet voldoende groenvoer is, eten ze veel plantenwortels. Soms zelfs dierlijk voedsel, meestal zijn dit zoetwatermosselen. De muskusrat knaagt ook aan de oogst van de boeren. Er is bijna geen landbouwgewas veilig voor de vraatzucht van de dieren. Ze eten alles.

Territorium
Muskusratten verdedigen hun territorium tegen indringers. Op hardhandige wijze wordt duidelijk gemaakt dat ze zich op verboden gebied bevinden waarbij vaak rake klappen vallen. Ze bakenen hun territorium af met behulp van uitwerpselen.
Muskusratten hebben in Europa weinig natuurlijke vijanden. Om kleine roofdieren als hermelijnen en wezels buiten de deur te houden als het water zakt, dicht de muskusrat de tunnel naar het nest af met een prop. Natuurlijke vijanden zijn de vos, bunzing, hermelijn, havik en bosuil. Daarnaast vormt de mens een bedreiging, want in Nederland wordt de muskusrat beschouwd als een schadelijk dier.

Leefgebied
Muskusratten leven langs rivieren, meren, sloten, beekjes, plassen en kanalen, maar ook in moerassige en venige gebieden. Ze bouwen hun holen in oevers. In zware dijken langs de grote rivieren kunnen ze weinig schade aanrichten, maar in kleinere dijken des te meer, vooral in het westen van Nederland. Die dijken zijn vaak al eeuwenoud en niet zo sterk. Wanneer muskusratten een aantal jaar ongestoord kunnen graven, wordt de kans op schade steeds groter. 

Jachtwild
Oorspronkelijk komt de muskusrat uit Noord-Amerika. In 1905 voerde een Tsjechische graaf vijf muskusratten in en zette ze uit als jachtwild. Tien jaar later schatte men het aantal diertjes in een straal van honderd kilometer op ongeveer twee miljoen! Vanuit Bohemen trok de muskusrat verder Europa in en 1941 werd hij voor het eerst gezien in de Brabantse Dommel, net onder Valkenswaard (Noord-Brabant).

In 1985 werden er in ons land 230.000 muskusratten gevangen. In 2018 vingen 400 rattenvangers gezamenlijk 50.000 exemplaren. Wetenschappers schatten dat jaarlijks zo’n 90 à 95 procent van de dieren gevangen moet worden om de populatie op een constant peil te houden.

Op deze website  van digital nature zijn foto’s te zien hoe een muskusrat zich gedraagt.

Bron: (ged.): Waterschap Reest & Wieden

Terug naar de natuurnieuwsbrief van februaristippellijn