Natuurnieuwsbrieven

vervolg van Natuur Plus mei 2021:  Gladde slang
(scroll tot onder het formulier)

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand mei.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN mei ’20, NNN juni ’20, NNN juli/augustus ’20, NNN sept ’20, NNN okt ’20, NNN nov ’20, NNN dec ’20, NNN jan ’21, NNN feb ’21, NNN maart ’21, NNN april ’21

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

vervolg van Natuur Plus mei 2021:  Gladde slang

Kenmerken
De gladde slang is een slanke, niet-giftige slang. Hij is grijsachtig, gelig tot licht- of roodbruin met op de rug twee rijen met vlekjes. De buikzijde van volwassen dieren is veelal bezet met kleine donkere vlekken, maar deze kan ook helemaal donker zijn of roodbruin. Gladde slangen worden zelden langer dan 65 – 70 cm (in vergelijking met de ringslang is dat de helft kleiner) en zijn daarmee de kleinste slangen van ons land. Niet-drachtige vrouwtjes zijn gemiddeld iets zwaarder dan mannetjes.Kenmerkend zijn de ongekielde schubben die voor een glad en glimmend uiterlijk zorgen. Van dichtbij zijn deze schubben duidelijk zichtbaar. Het lichaam gaat vrij onopvallend over in een relatief kleine spitse kop. Op de kop is een donkere vlek aanwezig, die naar de hals toe vaak in twee punten uitloopt. Aan dit ‘kroontje’ heeft de soort zijn wetenschappelijke geslachtsnaam Coronella te danken. Een ander altijd aanwezig patroon op de kop is de donkere streep die vanaf het neusgat via het oog tot in de hals loopt en de ronde pupillen met gele ogen. 

Niet giftig
Bang hoef je niet te zijn voor deze slang. Hij is niet giftig en ook niet agressief. Een gladde slang zal vertrouwen op zijn schutkleur, en zal niet proberen te vluchten als er gevaar dreigt. Als hij zich bedreigd voelt, doordat bijvoorbeeld plotseling een steen verplaatst wordt, zal hij bliksemsnel bijten. Zo’n beet is niet gevaarlijk: de tanden zijn te klein om schade aan te richten. Een beet zal hooguit resulteren in kleine bloedende wondjes.

Voedsel
Volwassen gladde slangen voeden zich, afhankelijk van hun leefgebied, met kleine knaagdieren, jongen van op de grond broedende vogels, hazelwormen, zand-, muur- en levendbarende hagedissen en zelfs jonge adders. De gladde slang pakt zijn prooi met de bek vast en omwikkelt deze dan met zijn lichaam waardoor de prooi stikt. Juveniele gladde slangen eten vooral hagedissen. 

Het is een koudbloedig dier. Voordat ze opgewarmd zijn, zijn ze traag en weinig beweeglijk. Dit maakt ze erg kwetsbaar en een gemakkelijke prooi voor vijanden zoals roofvogels. Op open plekken uit de wind warmen ze sneller op. De gladde slang heeft een lichaamstemperatuur van 29 tot 33 graden celsius. Als hij het te warm krijgt, trekt de slang zich terug omdat hij moet oppassen voor oververhitting. Zwangere vrouwtjes zonnen nog het vaakst, dit doen ze om in de zonnewarmte hun eieren te laten rijpen. Ze zoeken daar gezamenlijk de meest geschikte plekken in het terrein voor op.

Er worden soms speciaal voor de slang bulten aangelegd. Dat zijn langwerpige takkenhopen, afgedekt met plaggen. Binnen in de hoop kunnen de slangen schuilen, bovenop kunnen ze zonnen om zich op te warmen. Bij de minste onraad kunnen ze verdwijnen in de grote takkenhopen waar ze veilig zijn voor hun vijanden. Maar ook als ze het te warm krijgen kunnen ze er schuilen.

Winterslaap
Vanaf half september tot half oktober, als de gemiddelde dagelijkse temperatuur onder de 12 graden daalt, vindt de herfsttrek naar de overwinteringsplaatsen plaats. Afstanden naar overwinteringsplaatsen (tot 400 m) worden in korte tijd afgelegd, de slangen lijken de locaties dan ook goed te kennen. De juvenielen (jonge dieren) verdwijnen als laatste in winterslaap. Gladde slangen kunnen gezamenlijk gebruik maken van een geschikte overwinteringsplaats. Ze overwinteren circa 5 cm onder de grond, maar kruipen soms tot 35 centimeter diep de grond in. Hier komt de temperatuur nooit onder het vriespunt.
De winterslaap duurt van oktober tot maart.

Over overwinteringsplekken van gladde slangen is niet veel bekend. Ze moeten in elk geval goed geïsoleerd, vorstvrij en enigszins vochtig zijn, maar niet te nat. Ze komen later uit hun winterslaap dan andere Nederlandse reptielen. In maart kunnen er al exemplaren actief zijn, maar de meeste worden pas vanaf mei waargenomen en dan gaan ze vrijwel direct op zoek naar een partner om zich voort te planten. Kort na de voorjaarstrek, tussen eind mei en eind juni, vervellen de volwassen dieren. Tussen half juli en half augustus vindt een tweede vervelling plaats. Bij drachtige vrouwtjes is dit dus vlak voordat ze jongen krijgen.

Voortplanting
Voor de paring kunnen er agressieve gevechten tussen mannetjes plaatsvinden, waarbij ze elkaar met opgeheven kop proberen te omstrengelen en waarbij ze elkaar heftig bijten.

Gladde slangen zijn levendbarend: ze ‘broeden’ de eieren uit in hun lichaam waarna de jongen geboren worden met een dun vliesje dat direct breekt. Na ongeveer 4 à 5 maanden worden er ongeveer 3 tot 9 jongen geboren die bij hun geboorte 14 tot 20 cm lang zijn. De meeste jongen worden tussen half augustus en half september geboren. In warme jaren soms al eind juli of begin augustus. In koude jaren werpen de vrouwtjes soms pas in oktober. Kort na de geboorte vervellen de jongen voor de eerste keer. De gladde slang komt in Europa voor van Zuid-Engeland in het westen tot West-Azië in het oosten. De noordelijke verspreidingsgrens loopt door het zuidelijke deel van Scandinavië en volgt de vegetatie- en klimaatgrens. In Zuid-Europa wordt hij tot in het zuiden van Spanje, Italië en Griekenland aangetroffen tot op een hoogte van 2200 m.

In grote delen van het verspreidingsgebied is het een algemeen voorkomende soort van droge, stenige en bergachtige terreinen. In Noordwest-Europa is het een zeldzamere soort van voornamelijk droge heidevelden. De gladde slang kan in het wild ongeveer 18 jaar oud worden.
Natuurlijke vijanden van de gladde slang zijn de buizerd, de hermelijn en de bunzing. Vooral tijdens vervellingen zijn de dieren redelijk kwetsbaar.
De gladde slang staat op de rode lijst met de status ‘bedreigd’.

Bronnen: internet, o.a.wildlife spotten.nl
Meer info: klik hier

Terug naar de natuurnieuwsbrief van mei