Natuurnieuwsbrieven

                                vervolg van Natuur Plus februari 2026: plantenzaden op reis
(scroll tot onder aan/afmelden)

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand februari

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN januari ’25, NNN februari ’25, NNN maart ’25, NNN april ’25, NNN mei ’25, NNN juni ’25, NNN juli /augustus ’25, NNN september ’25, NNN oktober ’25, NNN november ’25, NNN december ’25, NNN januari ’26

stippellijn

Aanmelden?
U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws en/of de tweemaandelijkse junior uitgave NNNj door dit even door te geven via ons e-mailadres:  info@groen-natuurlijk.nl
stippellijn
Niet meer ontvangen?

Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nlstippellijn

  vervolg van Natuur Plus februari 2026: plantenzaden op reis

De zaden van vlas en (grote en smalle) weegbree zijn glad, maar worden door vocht plakkerig/kleverig, zodat zij zich stevig aan de bodem hechten, waarin zij moeten ontkiemen.
Weegbree kwam niet voor in Noord-Amerika voordat de Europeanen daar aankwamen. De Indianen noemden weegbree ‘het voetspoor van de blanke’.

Pluisjes helpen zaad om te zweven, zoals de pluisjes van de paardenbloem, klein hoefblad, wilg, akkerdistel, populier, wilgenroosje, bosrank, lisdodde, riet, veenpluis en wollegras.
Zaad met vleugels kan zich verspreiden als een zweefvliegtuigje (berk, iep) of naar beneden dalen als een helikopter (esdoorn, els). Bij de linde kan het schutblad tijdens het vallen van het zaad (een hard nootje aan een lange steel) dienst doen als een echt zeiltje.

Sommige planten vormen vruchten op lange, veerkrachtige stelen.
Door kleine spleten komen de zaden beetje bij beetje vrij (windstrooiers of windstaanders). Als bij vingerhoedskruid de stengel flink heen en weer wordt geschud (door de wind of langslopende dieren), vliegen er enkele zaden met een bijzonder huidje uit. Door dat huidje wordt de snelheid van het vallen flink vertraagd zodat de zaden door de wind nog wat verder kunnen worden weggeblazen. Ook papaver, klaproos, teunisbloem (onder links), helmkruid, koekoeksbloem, toorts en hertshooi hebben vrij stevige stengels en verspreiden zo hun zaad.

Planten die aan de waterkant groeien laten hun zaden door stromend water verspreiden. De kans is dan in ieder geval groot, dat de zaden op een vochtige piek terechtkomen. De gele lis en de dotter hebben hun zaden in waterdichte doosjes verpakt, die blijven drijven tot in het voorjaar de temperatuur stijgt. De doosjes raken dan lek en de zaden zinken en kunnen kiemen.
Meerdere planten kunnen hun zaden wegschieten door openspringende vruchtjes.

Dit komt o.a. voor bij springbalsemien (boven rechts), groot springzaad, klaverzuring, kleine veldkers, bosviooltje, brem, wikke en lupine. Robertskruid schiet de zaden weg samen met een ‘staart’, die als een veer heeft gediend om de nodige spanning op te bouwen. Andere soorten ooievaarsbek houden de veer vast en lanceren alleen het zaadje.

Dieren als de eekhoorn, muis, ekster en Vlaamse gaai leggen een wintervoorraad aan van o.a. hazelnoten, eikels en beukennootjes. Ze verbergen de noten op verschillende plaatsen. De vergeten noten die niet worden opgegeten kunnen kiemen. Door het eten van vruchten verspreiden dieren vervolgens het zaad met hun uitwerpselen.

Hetzelfde geldt voor vogels die worden aangetrokken door kleurrijke bessen en vruchten en de onverteerde zaden uitpoepen. Ook de rijpe witte bessen van de maretak (halfparsiet) worden door vogels gegeten. Het eten is geen kunst, maar met het kwijtraken van de zaden hebben de vogels meer moeite doordat de kleverige zaden aan hun achterwerk blijven plakken. Door hiermee langs een boomtak te schuren raken ze de zaden kwijt. Na verloop van tijd ontwikkelt zich een minuscuul kiemplantje, dat zich met een worteltje door de schors van de gastboom boort.

Om mieren aan te trekken hebben de zaden van sommige planten een voedselrijk aanhangsel, het zogenaamde mierenbroodje dat alleen dient om mieren te lokken. Het zaad wordt met het mierenbroodje dat voedsel is voor de mieren naar het mierennest versleept. Het zaad komt naast het mierennest terecht, waar het kan kiemen.
Mierenbroodjes komen voor bij o.a. maarts viooltje, dovenetel, bosanemoon, speenkruid, smeerwortel, stinkende gouwe, brem en klimopereprijs.

Bron: (deels) Velt.nu en nd.nl

 

Terug naar de natuurnieuwsbrief van februari