Natuurnieuwsbrieven

vervolg van Natuur Plus juli/augustus 2020:  Gierzwaluw
(scroll tot onder het formulier)

 

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand juli/augustus.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN juni’19, NNN juli ’19, NNN sept ’19, NNN okt ’19, NNN nov ’19, NNN dec ’19, NNN jan ’20, NNN februari ’20, NNN maart ’20, NNN april ’20, NNN mei ’20, NNN juni ’20

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

vervolg van Natuur Plus juli/augustus 2020   Gierzwaluw         

Pootjes
Oorspronkelijk zijn gierzwaluwen rotsbewoners. Ze zijn geen familie van de boeren-, huis- en oeverzwaluw, maar van een aparte groep, de Apodidae, wat poten ontberend betekent. Ook de wetenschappelijke naam van de gierzwaluw: Apus apus, betekent ‘zonder poten’. Dit laatste klopt niet helemaal, want hij heeft kleine, bevederde pootjes met vier naar voren gerichte scherpe zwarte nageltjes, verstopt in zijn achterlijf. Hiermee kan hij zich vastgrijpen aan muren of dakranden.

Nestelen
Begin mei arriveren de eerste gierzwaluwen na een tocht van 7000 kilometer weer in ons land. Voor veel mensen het teken dat de zomer begint. Dit zijn meestal de mannetjes die al eerder hebben gebroed. Zij zoeken onmiddelijk het nest van het vorige jaar op en na enkele dagen komen ook de vrouwtjes aan. Daarna volgen de vogels die nog niet eerder gebroed hebben en tenslotte de tweedejaarsvogels. Een kolonie gierzwaluwen bestaat dus niet alleen uit broedkoppels, maar ook uit ongepaarde vogels.

Niet-broedende, nestzoekende vogels inspecteren in de vroege ochtend en avonduren de kolonies. Ze doen dit vaak met veel kabaal en krijgen antwoord uit de bezette nesten. Hierbij zullen ze de nesten inprenten en indien mogelijk een vrij gekomen plek innemen. Ook kunnen ze om de nesten te verstoren zelfs hard tegen een nestplek aanvliegen, in Engeland wordt dit op deze manier verstoren ‘bouncen’ (stuiteren, botsen) genoemd.

Gierzwaluwen zijn doorgaans (semi-)koloniebroeders, afhankelijk van het aanbod van nestgelegenheid. Ze nestelen onder daken van hoge huizen en andere gebouwen, waar ze met volle vaart naar binnen vliegen. Ook het naar buiten gaan is spectaculair. Ze laten zich gewoon vallen om, al vallende, op de vleugels te gaan. Dat is ook de reden dat de daken steiler moeten zijn dan 45°. Komt een gierzwaluw op de grond terecht, dan moet hij heel veel moeite doen om weer te kunnen vliegen.

Om beurten
Op het nest wordt gepaard. Ook in de lucht kan dit worden waargenomen, maar men neemt aan dat dit baltsgedrag is. Het nest wordt gemaakt of opgeknapt met nestmateriaal van veertjes, pluisjes, haren en sprietjes die in de lucht zweven. Dat wordt met speeksel aan elkaar gekleefd tot een klein kommetje dat hard wordt nadat het is opgedroogd. Er worden gemiddeld in de laatste week van mei (met een jaarlijkse variatie in dat gemiddelde van ongeveer tien dagen afhankelijk van het weer) twee tot drie witte eitjes gelegd die om beurten door het mannetje en het vrouwtje worden bebroed Na ongeveer twintig dagen komen ze uit, de jongen zijn de eerste tien dagen blind en kaal. Midden juli zijn doorgaans alle jongen uitgevlogen; bij een nat en koud voorjaar kan dit tot de eerste week van augustus doorlopen.

Voedselballen
De ouders vangen grote hoeveelheden insecten in de lucht. Per dag wel 20.000! Bladluizen, vliegende mieren, zweefvliegen, spinnetjes, kortom alles wat zich als insect in de lucht bevindt, wordt verorberd. Ze vangen deze insecten in de vlucht met hun extreem grote snavelopening (de snavel is klein maar kan wijd opengesperd worden) waarbij ze snelheden kunnen bereiken van 120 kilometer per uur. Tijdens het foerageren laten ze insecten die kunnen steken ongemoeid. Vocht halen ze uit hun voedsel (de insecten). Als het erg warm is willen de gierzwaluwen wel eens drinken. Dit doen ze door met hun snavel water te scheppen tijdens een lage vlucht over het wateroppervlak.

In de keelzak worden de insecten tot een bal gevormd. Hiermee worden de jongen gevoerd. Op mooie zomerdagen brengen de ouders tientallen van deze voedselballen naar het nest. In de regel zoeken gierzwaluwen hun voedsel in een straal van 8 kilometer rond de nestplaats. Tijdens slechte zomers, als er weinig insecten zijn, vliegen ze soms honderden kilometers ver om voedsel te zoeken. De jongen raken dan in een soort winterslaap: de lichaamstemperatuur zakt van 38ºC tot 21ºC en ademhaling en hartslag vertragen. Dit kunnen ze ongeveer zeven dagen volhouden. Bij terugkomst van pa en ma worden de jongen weer opgewarmd en krijgen ze het langverwachte voedsel. Als de jongen begin augustus uitvliegen, moeten ze direct kunnen vliegen voor de reis van duizenden kilometers naar het verre Afrika, ten zuiden van de Sahara. Ze zullen dat zonder onderbreking de eerste jaren blijven doen. De gemiddelde leeftijd van een gierzwaluw is 6 à 7 jaar, maar ze kunnen tot wel 14 jaar oud worden.

100 dagen
Gierzwaluwen zijn maar drie maanden van het jaar in Nederland en België. Vandaar de naam ‘honderd-dagen-vogel’. Gierzwaluwen vormen een paar voor het leven. Ze ondernemen de trekreis en voedselvluchten gezamenlijk en slapen ook gezamenlijk.

Gevaren
Boomvalken slaan wel eens een gierzwaluw, vogelvangers in zuidelijke landen maken slachtoffers maar ook de luchtvaart eist onder deze hoogvliegers haar tol net als kou en regen boven de bergen en de zee en de steeds groter wordende woestijn.

De grootste bedreiging vormt echter het afnemen van broedgelegenheid. Oude huizen en andere gebouwen worden vervangen of gerenoveerd. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de nestmogelijkheden.

Als burgers, architecten en aannemers weten dat er gierzwaluwen voorkomen, kunnen ze voor vervangende nestgelegenheid zorgen. Er zijn speciale neststenen en dakpannen met een invliegopening op de markt waarbij er op moet worden gelet dat er meerdere nestgelegenheden kort bij elkaar worden aangebracht.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van juli/augustus