Natuurnieuwsbrieven

           vervolg van Natuur Plus februari 2023:  halsbandparkiet
(scroll tot onder het formulier)

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand februari.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN jan ’22, NNN feb ’22, NNN maart ’22, NNN april ’22, NNN mei ’22, NNN juni ’22, NNN juli/aug ’22, NNN sept ’22, NNN okt ’22, NNN nov ’22, NNN dec ’22, NNN jan ’23

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijnNiet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nlstippellijn

vervolg van Natuur Plus februari 2023:  halsbandparkiet

In het wild
Halsbandparkieten wonen in bosrijke omgevingen, in lichte rimboes en in half-woestijnachtige wildernissen. Ze zijn talrijk rondom de grote steden in het noorden van India. In het algemeen ziet men ze in vluchten, maar als er een overvloedige bron van voedsel is, kunnen ze zich met honderden tegelijk groeperen.

Migrant
De gifgroene vogel, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Azië en Centraal-Afrika, heeft zijn intrede gedaan in zeker 35 landen op vijf continenten. Het is een van de succesvolste migranten ter wereld. Sinds de jaren zeventig komen ze ook in Nederland voor. Het begon allemaal in de jaren zestig, toen de vrolijk ogende halsbandparkiet hier en in andere Europese landen een populair huisdier was, en met tienduizenden werd geïmporteerd vanuit India en Pakistan.

“Het eerste broedgeval in Nederland was in 1968 in Den Haag”, weet ecoloog Roelant Jonker, die jarenlang onderzoek deed naar parkieten. Vijf jaar later signaleren vogelaars een broedend stelletje in Amsterdam. Het duurde tot midden jaren negentig voor de populaties echt gingen toenemen. Den Haag, Amsterdam en Rotterdam zijn de belangrijkste verblijfplaatsen.

De halsbandparkiet zou volgens de legende door de stuurman van Alexander de Grote 2300 jaar geleden als huisdier naar Europa zijn meegenomen. Het ligt meer voor de hand dat de vogels uit volières zijn ontsnapt of bewust zijn vrijgelaten. Een van de redenen dat veel mensen hun vogel destijds loslieten was toen ze erachter kwamen dat ze niet wilden leren praten maar wel gemeen konden bijten. Tussen alle ontsnappingsverzinsels blijkt één anekdote te kloppen.

Een directeur van de dierentuin in Brussel (Meli Heizel) erkende dat hij in 1974 een veertigtal halsbandparkieten de vrijheid heeft gegeven als speciale attractie voor de bezoekers.
Halsbandparkieten horen hier niet thuis. Maar ze hebben het hier wel naar hun zin, en hun aantal groeit nog steeds. In tien jaar tijd verdubbelde hun aantal en in januari 2022 werden bijna 22.000 halsbandparkieten geteld. In Vlaanderen ging het net zo: van 50 in 1974 naar minstens 28.000 nu.

Voedsel
Het bekende ‘Kyik-kyik-kyik’ tijdens de vlucht is van veraf te horen. Het is hun communicatie om elkaar naar goede voedselplaatsen te roepen. Halsbandparkieten foerageren vaak in een groep. Hun plantaardige voedsel bestaat voornamelijk uit zaden (esdoorn, haagbeuk, es, den), vruchten (appel, mispel, peer, vlierbes, klimopbes, braam) en bloemen die ze in de natuur vinden. Daarnaast schuimen ze ook voederplekken af waar ze zich tegoed doen aan brood, pinda ’s en zonnebloempitten. Ze kunnen niet tegen strenge winters, maar nu die minder streng worden, overleven de parkieten gemakkelijker, vaak nog een handje geholpen door wintervoer strooiende vogelvrienden.

Schade
Fruittelers leiden regelmatig schade omdat halsbandparkieten de neiging hebben om uit halfrijp fruit slechts een tot drie happen te nemen en dan naar de volgende vrucht te gaan. Ze nemen bewust maar een paar hapjes en laten het vruchtvlees op deze manier een beetje rotten en zacht worden. Daarna komen ze nog een keer terug om het zachte fruit op te peuzelen. Slimmerds!
Fruittelers kunnen geen aanspraak maken op een vergoeding van de schade die door halsbandparkieten is aangericht. Het gaat om een exoot en daarvoor wordt geen schade vergoed.

Halsbandparkieten eten ook van knoppen van o.a. kastanjebomen. Deze worden ‘s winters opengepikt om bij de in de knop latente bloemen te komen. Later eten zij van de ontluikende bloemen en het jonge groen. Ook prunusbomen blijken in de bloesemtijd een magneetwerking te hebben op deze vogels. De uitbundige roze bloesem waarmee de prunus zich jaarlijks tooit, kunnen deze vogels in het voorjaar in een paar dagen kaalvreten.

Holenbroeders
Halsbandparkieten zijn monogaam en vormen waarschijnlijk paren voor het leven. Ze worden gemiddeld 34 jaar. Het zijn holenbroeders. In Nederland broeden ze in natuurlijke holen in oude platanen of andere loofbomen maar ook in nestkasten, solitair of in losse groepen, tot acht paren in dezelfde boom.

Ze starten eind november al met het verkennen van potentiële nestholten. Vanaf januari bezetten ze de boomholtes en beginnen met broeden. Concurrentie met kauwtjes, spechten en uilen om beschikbare broedholten is gering, maar als de boomklever in maart op zoek gaat naar een geschikte nestholte, dan zijn alle geschikte plekjes al bezet en moet die zich tevreden stellen met de minder goede locaties. Landelijk gezien is er geen sprake van concurrentie: in het laatste kwart van de twintigste eeuw is het aantal boomklevers verdubbeld.
Boomklevers nestelen namelijk ook in de bossen, waar ze geen last hebben van de groene vogels. Wel beschadigen halsbandparkieten nestkastjes van andere vogels door ze voor eigen gebruik te ‘verbouwen’ met hun scherpe snavel, hoewel die snavel meer geschikt is voor het kraken van zaden dan voor het hakken van hout. Niet alleen de boomklever gebruikt dezelfde nestholtes als de halsbandparkiet. Dat geldt ook voor overwinterende vleermuizen. Als halsbandparkieten in het begin van het jaar een plek zoeken, jagen ze de vleermuizen eruit.

Broeden
Al in februari worden 3 à 4 (soms wel 6) witte eieren gelegd, die aan het eind van de leg, of na de leg van het voorlaatste ei, drieëntwintig dagen door het vrouwtje worden bebroed. Het mannetje voert het vrouwtje op het nest, en later ook de jongen. Foto (r): Henk Breur
Die blijven zes tot zeven weken in het nest, en zijn daarna nog twee tot drie weken afhankelijk van hun ouders. De helft van de jonge vogels sterft al in het eerste levensjaar.

Slapen

Buiten het broedseizoen verzamelen halsbandparkieten gewoonlijk bij hun favoriete slaapbomen, meestal grote bomen dichtbij een breed water, om samen de nacht door te brengen in groepen van tot wel duizenden individuen. Ze maken daarbij evenveel lawaai als een zwerm spreeuwen en kunnen voor de nodige geluidsoverlast zorgen.
De opstapeling van uitwerpselen onder de uitgekozen rustbomen kan tot veel ergernis leiden. Het zijn echte stadsvogels. Zelfs langs drukke (verkeers)wegen voelen ze zich op hun gemak. Om te kunnen slapen, willen ze juist wat stadsvertier om zich heen. In de winter zijn ze op deze plekken goed te tellen. Hun vleugels lijken aangepast aan het manoeuvreren in half open terrein en minder geschikt voor bewegen in dichte begroeiing.
Via de dorpen langs de Vecht hebben ze zich van Amsterdam verspreid naar Utrecht. Zes jaar geleden nestelden in Utrecht slechts tweehonderd van deze exotische vogels. Nu zijn dat er meer dan duizend, blijkt uit de nieuwe telling van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het totaal aantal broedparen in Nederland werd in 2018 door Sovon geschat op 2000 tot 2300.
Nog steeds duiken de vogels elk jaar wel weer in een nieuwe stad op zoals in ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven. Ook in steden als Haarlem, Schiedam, Delft, Leeuwarden, Arnhem, Zwolle, Leiden en Zoetermeer zijn steeds vaker halsbandparkieten te zien en te horen.

Invasieve exoot
In tegenstelling tot nijlganzen verdringen deze ‘invasieve exoten’ geen andere soorten. Ze maken wel een hoop herrie, maar als het erop aankomt laten zij zich eerder wegjagen door de inlandse vogels dan dat zij zelf agressief optreden. In andere landen, zoals België, is dat een groter probleem. “Daar verdringen halsbandparkieten boomklevers”, zegt Marieke Dijksman, woordvoerder van de Vogelbescherming. “Dat komt doordat daar een veel hardere grens is tussen stad en platteland. In Nederland is de overgang veel geleidelijker, waardoor er voldoende ruimte is voor beide soorten.”

Vijanden
Natuurlijke vijanden van de halsbandparkiet zijn roofvogels, zoals sperwers en haviken, maar met name de slechtvalk. Sinds ze ontdekt hebben dat halsbandparkieten helemaal niet verkeerd smaken, weten ze de vogels af en toe uit de lucht te plukken.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van februaristippellijn