Natuurnieuwsbrieven

 vervolg van Natuur Plus mei 2022:  De Aalschover
(scroll tot onder het formulier)

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand april.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN mei ’21, NNN juni ’21, NNN juli/aug ’21, NNN sept ’21, NNN okt ’21, NNN nov ’21, NNN dec ’21, NNN jan ’22, NNN feb ’22, NNN maart ’22, NNN april ’22

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijnNiet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nlstippellijn

vervolg van Natuur Plus mei 2022: De Aalscholver

Kolonies
Nestelen doen aalscholvers in kolonies, liefst in bomen, bij voorkeur in elzen vlakbij water. Onder gunstige omstandigheden kunnen dergelijke kolonies uitgroeien tot vele honderden broedparen. Op eilanden waar de vos niet voorkomt, zoals op Vlieland, wordt ook op de grond gebroed of in riet. De grootste kolonies bevinden zich in de Oostvaardersplassen, op de Waddeneilanden, in het Deltagebied, de Hollandse duinen en in moerasgebieden.

Het nest bestaat uit takjes, gras, zeewier en riet. De aalscholver bepleistert het geheel met zijn uitwerpselen. Door die zure uitwerpselen gaan de bomen dood en moeten de vogels na een paar jaar op zoek naar nieuwe bomen. Aalscholvers die aan de kust leven, maken hun nesten van zeewier op rotsachtige richels. In Nederland zijn aalscholvers voornamelijk standvogel, maar in het najaar komen er ook aalscholvers uit noordoostelijker streken naar ons land. Sommige aalscholvers trekken helemaal naar Tunesië, Corsica en Sardinië om te overwinteren.

Broeden
De aalscholver legt 3 of 4 blauwe, met een krijtlaag bedekte eieren. Beide ouders bebroeden afwisselend 23 tot 25 dagen de eieren en ook de zorg voor de jongen doen ze samen. Als de jongen uit het ei kruipen zijn ze naakt en zwart, met een roze kop. Wanneer ze om voedsel bedelen draaien ze hun kop omhoog en schreeuwen ze met gesloten snavel. Als ze wat ouder zijn mikken ze met flink wat vleugelgeklapper en geschreeuw hun snavel op de keelzak van de oudervogel. Jongen bedelen bij warm weer ook om water en brengen daarvoor zwijgend hun geopende snavel omhoog. Een van de oudervogels gaat dan water halen en laat dat in de bek van het jong lopen. Moeder en vader aalscholver werken goed samen om hun nakomelingen op te voeden. Ze zijn gewoonlijk erg stil. Af en toe kan je ze betrappen op een paar kleine geluiden of schorre kreetjes in het broedgebied. In de kolonies zijn ze erg luidruchtig. Diverse lage keelklanken; volwassen vogels roepen vaak “rraaaahhh”, de jonge vogels kokken en kekkeren.

Beschermd
Aalscholvers vind je in Europa, Azië, Afrika, Australië en Noord-Amerika. Ze leven in de buurt van ondiep water, bijvoorbeeld aan de kust van oceanen of grote meren en rivieren. In de vorige eeuw zijn er in Europa massale slachtpartijen aangericht om de aalscholver uit te roeien. Men zag de aalscholver voor de visserij als een schadelijk dier. In 1965 was de aalscholver als broedvogel in België zelfs helemaal verdwenen. In Nederland was het met de aalscholver niet veel beter gesteld. Hij heeft in Nederland zelfs een tijdlang op de ‘rode lijst’ van bedreigde diersoorten gestaan. In 1985 kreeg de aalscholver zijn beschermde status en mag dus niet worden opgespoord, gevangen of gedood. Daardoor kon hij in Nederland uitbreiden met meerdere kolonies. Inmiddels zijn er gemiddeld zo’n 23.000 broedparen. Vooral de kolonies rond het IJsselmeer groeiden sindsdien zo sterk dat de vogel in 1994 van de Rode Lijst is afgevoerd. Het Europees Parlement wil dat de aalscholver zijn beschermde status verliest. Er zijn rond de twee miljoen aalscholvers in Europa, die tonnen vis per dag eten. Dat zorgt volgens de visserijcommissie voor enorme druk op de sport- en beroepsvisserij.

Voedsel
De aalscholver voedt zich voornamelijk met levende vis. Hij vangt zijn prooi in diepe en ondiepe voedselrijke wateren door in het water te duiken, daarna naar de oppervlakte te komen om de vis te verdoven en in de lucht te gooien om hem op te vangen in zijn bek. Hij kan tot een minuut lang z’n adem inhouden en ondertussen probleemloos tien meter diep duiken. Hij vist het liefst bij zonsopgang wanneer hij net wakker is. Per dag eet hij ongeveer 500 gram vis, als hij jongen moet voeden meer. Na zijn maaltijd, keert hij terug naar huis om deze te verteren en een witte, vochtige braakbal uit te braken.
Door onderzoek van de braakballen kan men de eetgewoonten van de aalscholver bekijken. Hun prooi bestaat voor 70% uit pos, een kleine vissoort, die uit commercieel oogpunt niet interessant is. Verder eten aalscholvers veel blankvoorn en brasem. Slechts 2% bestaat uit paling (aal). Het valt met de schadelijkheid van de aalscholver dus wel mee.

Aalscholvers foerageren vaak sociaal. Soms wordt in zeer grote groepen gejaagd. Ook reigers, zowel de blauwe als de grote zilverreigers, werken soms samen met de aalscholvers. Een groep aalscholvers drijft de vis richting de oever en daar worden ze opgewacht door een groep reigers op een rij, die de vissen vangen. De vissen maken dan rechtsomkeert en ontmoeten vervolgens de aalscholvers weer. Aalscholvers die in zout water vissen, slikken wel eens stenen in om gemakkelijker en dieper te kunnen duiken. Als de aalscholver er niet in slaagt vissen te vangen, omdat het water zo helder is dat de vissen hem al vanaf verre zien aankomen, dan gaan een aantal aalscholvers heel laag over de bodem zwemmen zodat er heel veel zand omhoog komt.

Verenkleed
De aalscholver heeft geen waterdicht verenkleed zoals andere watervogels. Voordeel is dat hij diep en lang kan duiken, maar na het duiken moet hij wel de tijd nemen om z’n vleugels te laten drogen in een karakteristieke pose, met uitgespreide vleugels en uitgerekte nek.

Zwemmende aalscholvers liggen diep in het water. Het bijzondere is dat aalscholvers drie zwemvliezen hebben in tegenstelling tot andere watervogels met zwemvliezen. Hun achterste teen is ook door een zwemvlies verbonden met de andere tenen. Tijdens het duiken gebruiken ze hun voeten als propellers en ze sturen met hun staart. De aalscholver vliegt met gestrekte hals en maakt met zijn lange, smalle vleugels een snelle slag.


Naam

Hij wordt ook wel schollevaar (‘aar’ betekent arend en verwijst naar de heraldieke houding van de aalscholver als hij zich met uitgespreide vleugels laat drogen), zeeraaf, waterraaf, koolgans, stinker en op Texel ook wel konteklopper genoemd. De wetenschappelijke naam is houtskoolkleurige kaalkop raaf.

Legende
De mensen in het noorden van Noorwegen beschouwen aalscholvers min of meer als heilige dieren. Als aalscholvers in een dorp neerstrijken is dat een teken van geluk. De legende gaat dat de mensen die op zee zijn gebleven de eeuwigheid doorbrengen op het eiland Utrøst.
Dit eiland is voor mensen praktisch onvindbaar. De bewoners van Utrøst bezoeken de bewoonde wereld regelmatig in de gedaante van aalscholvers. De drie aalscholvers in het gemeentewapen verwijzen naar een lokale legende waarin drie broeders zich kunnen veranderen in aalscholver.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van meistippellijn