Natuurnieuwsbrieven

         vervolg van Natuur Plus november 2022:  De bosuil
(scroll tot onder het formulier)

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand november.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN okt ’21, NNN nov ’21, NNN dec ’21, NNN jan ’22, NNN feb ’22, NNN maart ’22, NNN april ’22, NNN mei ’22, NNN juni ’22, NNN juli/aug ’22, NNN sept ’22, NNN okt ’22

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijnNiet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nlstippellijn

vervolg van Natuur Plus november 2022: de bosuil

Jagen
Overdag houdt een bosuil zich schuil in de top van een boom voor zijn slaap- of broedhol. Hij jaagt vrijwel alleen in de schemering en ‘s nachts. Het oog van een bosuil is tweeëneenhalf keer zo lichtgevoelig als dat van een mens waardoor hij optimaal gebruik kan maken van het weinige licht dat er op die momenten is. Vanaf een hoge uitkijkpost lokaliseert hij zijn prooi op het gehoor.

Het geluid dat de uil bereikt, wordt zo’n 10 keer versterkt door een ‘sluier’ van stijve veren rond zijn ogen die het naar de oren leidt. De ‘oren’, twee gaatjes aan de zijkant van zijn kop, die verstopt zitten achter de kopveren, zitten links en rechts niet op dezelfde hoogte. Het geluid van een scharrelende muis komt daardoor bij het ene oor net iets eerder binnen dan bij het andere wat de uil helpt bij het lokaliseren van zijn prooi. De donsachtige veren in zijn korte ronde vleugels maken zijn vlucht geruisloos. Het kost hem dan ook geen moeite om, al vliegend een prooi te bemachtigen. Met zijn scherpe klauwen plukt een bosuil zijn prooi ook met gemak van een tak of uit het gras. Grijpen doet hij met beide poten tegelijk. Elke poot heeft twee tenen naar achteren en twee naar voren. De bosuil jaagt in de bossen, in tegenstelling tot de andere uilen die allemaal in het open land jagen.

Toch verlaten ook bosuilen vaak de echt dichte bospercelen en zoeken ze open veld op om te jagen. Met zijn grote ogen kan hij een muis al van veraf zien en perfect diepte inschatten. Als er jongen zijn gaat de bosuil al voor zonsondergang op jacht tot zonsopkomst. Bosuilen zijn echter ook nestplunderaars, die het vooral voorzien hebben op holenbroeders. Voedseloverschot wordt ergens gedeponeerd. Hiermee worden de jongen ook overdag gevoerd.

Voedsel
Het voedsel van een bosuil bestaat uit bos- en woelmuizen, ratten en andere kleine (zoog)dieren zoals eekhoorns, konijntjes, mollen en hazen maar ook (al dan niet slapende) vogels, amfibieën, regenwormen, grote insecten, reptielen en soms zelfs vissen. Hij slikt zijn prooi in zijn geheel in. De onverteerbare delen van zijn prooien braakt hij na een paar uur in de vorm van braakballen uit.

Die braakballen (uilenballen) deponeert een bosuil her en der in het bos waardoor ze moeilijk te vinden zijn. Braakballen van ransuilen liggen vaak onder hun roest- of slaapplaats terwijl steenuilen en kerkuilen ze meestal uitbraken in de nestkast die ze bewonen.
Zijn maag bestaat uit twee delen; de kliermaag en de spiermaag. In de spiermaag worden de onverteerde resten tot een bal geperst en voorzien van een laagje slijm waardoor hij ze makkelijk via de slok-darm uit kan braken.
De haren van verorberde muizen dienen samen met het slijm als ‘bindmiddel’. De braakballen van een bosuil zijn puntig aan een of beide einden, 4 tot 6 cm lang en 2 tot 2,5 cm dik. Ze bevatten vervilte haren, schedels, onderkaken en hele botjes van ware- en woelmuizen, zelden van spitsmuizen. Schedels, botjes en veren van zangvogels ter grootte van lijsters of kleiner. Soms ook keverschildjes. Het menu van de bosuil is gevarieerd. Zijn maagsappen zijn sterk waardoor botmateriaal, haren en veren, meer verteerd worden dan die van een kerkuil.

Leefomgeving
De bosuil stelt geen hoge eisen aan zijn leefomgeving, als er maar voldoende (oude) bomen staan waarin hij overdag kan slapen en waar het hele jaar door voedsel beschikbaar en bereikbaar is en er voldoende roest- en broedplaatsen aanwezig zijn. Waar in Nederland bos voorkomt is hij te vinden. Met zo’n 5000 broedparen is de bosuil een algemene broedvogel in Nederland.
Zijn verspreidingsgebied beslaat heel Europa en Azië en een deel van Noord-Afrika. De grootste hoeveelheden bosuilen vind je in Frankrijk, Spanje, Polen, Duitsland en het westelijke gedeelte van Rusland. Hoewel de bosuil in heel Europa voorkomt, ontbreekt hij in sneeuwrijke gebieden zoals het noorden van Scandinavië. Ook in IJsland en Ierland vind je de bosuil niet.
Bosuilen zijn standvogels. Hun territorium is betrekkelijk klein en de uilen wagen zich er niet of nauwelijks buiten. Ze komen voor in loof- en naaldbossen, (stads) parken, grote (stads) tuinen en soms ook in de duinen. Het zijn holenbroeders. Ze maken graag hun eigen nest in ruime boomholtes, in gebouwen, tussen dakbeschot of zelfs in dichte klimop. Soms zelfs in duingebieden waar ze in oude konijnenholen broeden of ze benutten oude nesten van roofvogels en kraaiachtigen. Ze broeden ook regelmatig in speciale nestkasten. Dit zijn grote hoge houten kasten (40 x 60 cm) met een ruime invliegopening van ongeveer 15 cm op een hoogte van 3 tot 5 meter boven de grond. Ze maken ook wel gebruik van kasten die bestemd zijn voor kerkuilen of torenvalken.

Dicht tegen een boomstam aangedrukt is de bosuil bijna niet waar te nemen. Zo zat deze grijsbruine bosuil bijna onzichtbaar in een smalle uitholling in de stam.

Broeden
Bosuilen zijn geslachtsrijp na 1-2 jaar. Ze beginnen soms al te baltsen in december met als gevolg dat ze in februari al eieren kunnen hebben. Bosuilen hebben 1 legsel per jaar. De broedtijd is van februari tot juni. Het vrouwtje krabt de nestplaats schoon en maakt braakballen fijn, die als onderlaag voor het legsel moeten dienen. Ze legt meestal 2 tot 5 eieren en begint te broeden na het leggen van het 1e of 2e ei. Omdat de eieren met tussenpozen worden gelegd, komen ze ook met tussenpozen uit. Het eerste jong na een broedtijd van ca. 28-30 dagen. De eerste tien dagen laat het vrouwtje ze niet alleen. De jongen zijn dan nog blind. Het mannetje voert voedsel aan, waarna het vrouwtje met haar deels door veren bedekte haakvormige snavel stukjes vlees zonder haren en botten van de prooi afscheurt. Die houdt ze tegen de snavel van de jongen, zodat ze op de tast het voedsel vinden. In de broedperiode reageert de bosuil vaak erg agressief op iedere verstoring van het nest.

De uilskuikens blijven ca. 31 dagen in het nest, maar soms klauteren ze al na twee weken naar buiten, op zoek naar een veilige zitplek. Het zijn echte pluizenbolletjes en worden takkelingen genoemd. Ze verplaatsen zich springend van tak naar tak, want vliegen kunnen ze dan nog niet of nauwelijks. Bij een verkeerde beweging kan een onvoorzichtig jong op de grond terechtkomen. Daarbij raakt het zelden of nooit gewond en klautert met behulp van zijn scherpe nagels gewoon weer omhoog.

De uilskuikens worden door hun ouders bijgevoerd tot ze circa 2-3 maanden oud zijn. Dan zijn ze zelfstandig en kunnen vliegen. Jonge bosuilen zijn absoluut niet schuw, maar kom niet té dichtbij. De ouders zijn altijd in de buurt en kunnen je aanvallen. In de herfstperiode worden ze verjaagd door de ouders en gaan op zoek naar een eigen territorium. Op deze zwerftochten komen ze zelden verder dan 20 km van de geboorteplaats. Vinden ze geen geschikte plek, dan sterven veel jonge bosuilen nog voor de winter.

Vijanden
Ongeveer 50% van de jongen die uitvliegen sterft binnen een jaar. Doodsoorzaak nummer één is het verkeer. Verder kent de bosuil geen bedreigingen of natuurlijke vijanden alhoewel de oehoe een bosuil niet versmaadt. Bosuilen kunnen zo’n 10 tot 16 jaar oud worden. De oudste (geringde) bosuil (Neede) is 19 jaar geworden.

Trouw
Nadat de jongen het nest hebben verlaten breekt een wat rustigere tijd aan. In de wintermaanden kun je bosuilen terugvinden op hun rustplaatsen (roestplaatsen). Het liefst op een mooie plek tussen de takken in de buurt van een groot gat in een boom waar ze zich terug kunnen trekken. Zo zitten ze lekker beschut en als het te druk of te koud wordt zijn ze zo binnen. Bosuilenpaartjes zijn elkaar trouw en blijven dan ook hun hele leven bij elkaar. Pas als er een van de twee doodgaat, gaan ze op zoek naar een ander.

Nog wat weetjes:
– In bijna alle culturen van de wereld gold het zien van een uil als een slecht voorteken.
– Een uil is de enige vogel die blauw kan onderscheiden van andere kleuren.
– De ogen van een uil worden beschermd door een derde ooglid. Als hij dit ooglid dicht doet, worden stofdeeltjes en vuil
van het oog verwijderd.
– Uilen kunnen het beste horen van alle vogels.
– Uilen zijn van oudsher een symbool van wijsheid.

Geluiden bosuilen: klik hier

Video: klik hier

 

Terug naar de natuurnieuwsbrief van novemberstippellijn