Natuurnieuwsbrieven

vervolg van Natuur Plus juli/augustus 2021:  vlinders
(scroll tot onder het formulier)

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maanden juli/augustus.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN juli/augustus ’20, NNN sept ’20, NNN okt ’20, NNN nov ’20, NNN dec ’20, NNN jan ’21, NNN feb ’21, NNN maart ’21, NNN april ’21, NNN mei ’21, NNN juni ’21

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

vervolg van Natuur Plus juni 2021:  vlinders


Rups en vlinder van St. Jacobsvlinder

Verschillend
Waarom zijn rups en vlinder zo totaal verschillend? Waarom eerst zo’n trage kruiper en daarna zo’n prachtige, moeiteloze fladderaar? Dit heeft waarschijnlijk te maken met de verschillende functie die rups en vlinder hebben. De rups moet vooral groeien en dat vraagt om veel voedsel, dat als rups beter bereikbaar is dan als vlinder. Bovendien is de huid van de rups beter aangepast aan groeien: ze kan meerdere malen vervellen.

De vlinder heeft een donzig, in drieën gedeeld lichaam: kop, borststuk en achterlijf. Aan het borststuk zitten twee paar vleugels, die bedekt zijn met gekleurde schubben, en drie paar poten. Hij heeft een roltong, waarmee hij de nectar uit de bloemen haalt, en twee knotsvormige voelsprieten op zijn kop. De vlinder moet de soort in stand houden, dus het verspreiden van eitjes is belangrijk.

Gastplant
Na de paring gaat het wijfje op zoek naar een geschikte plaats om de eitjes af te zetten. De meeste vlinders hebben een uitgesproken voorkeur voor een bepaalde gastplant. Soms moeten ze daar heel lang naar zoeken. Op die plant worden één voor één, in groepjes, in een tros of in een ring, de eitjes vastgekit. Kleur en vorm verschillen per soort vlinder. Wel zijn ze altijd klein en met veel tegelijk. Dit vergroot de overlevingskans. (eitjes koolwitje)

Metamorfose
Uit de eitjes komen de larven: rupsen, van ieder soort vlinder verschillend. Ze beginnen meteen te eten en groeien geweldig snel. Het larvestadium kan enkele weken tot enkele jaren duren. Vaak zit er een rustperiode in om een ongunstige tijd te overbruggen. Een rups heeft drie paar echte poten, voorzien van een klauwtje. Deze zitten aan het borstgedeelte, vlak achter de kop. Aan het achterlijf zitten meestal nog vijf paar onechte pootjes met haakjes, die de verbinding met de ondergrond verzorgen. Pop koolwitje

Na de laatste vervelling komen de meeste rupsen in het popstadium terecht. Ze kunnen zich dan nauwelijks meer bewegen en zijn tamelijk kwetsbaar. Sommige rupsen verdwijnen in de grond, in kieren of onder bladeren. Andere knagen gaten en spinnen zich zodanig in dat zij bijna volledig opgaan in de omgeving. In de pop vindt een totale reorganisatie plaats. Op het juiste moment breekt de pophuid open en kruipt de vlinder er uit. Eerst worden alle afvalstoffen verwijderd. Vervolgens ontvouwt de vlinder zijn vleugels, pompt ze op en laat ze drogen. Van deze hele metamorfose kunnen we alleen het verrassende ‘eindproduct’ zien.

Enkele bekende soorten vlinders

Witjes
Hiertoe behoren het klein- en het groot koolwitje en het geaderd witje. In het oosten van het land komt het oranjetipje voor. Het vliegt al in april en houdt van bosranden en graslanden, liefst met pinksterbloemen. Dit is de waardplant voor de rupsen.

Ook het citroentje behoort tot de witjes. Het is de eerste vlinder die je in het voorjaar kunt zien: soms al in februari!

Schoenlappers
Tot deze groep behoren de kleine vos, de dagpauwoog, de distelvlinder en de atalanta. Ook de gehakkelde aurelia (bovenaan rechts), met zijn gehakkelde vleugelranden, hoort erbij.

Laat je niet foppen door het landkaartje: hij ziet er in het voorjaar anders uit dan in de zomer. Soms is hij zelfs een mengeling van beide.

Dikkopjes
Deze zijn te herkennen aan hun karakteristieke houding, met de bovenvleugels omhoog gericht. In ons land komen zes soorten voor. Je vindt ze vooral op grazige plaatsen, de rupsen eten gras.

Blauwtjes
Dit is een hele grote groep kleine vlindertjes die er bijna hetzelfde uitzien. Alleen de mannetjes zijn meestal blauw van boven, de vrouwtjes zijn vaak bruin. Aan de onderzijde hebben ze een stippelpatroon, voor ieder soort verschillend. Een algemeen blauwtje vliegt al in het voorjaar in tuinen en parken: het boomblauwtje. De bovenzijde is hemelsblauw, de onderzijde zilvergrijs met kleine stipjes. De rupsen eten klimop en hulst.

Ook de kleine vuurvlinder is algemeen in bloemrijke graslanden en heide. Hij is van boven oranjerood met bruine vlekken. De kleine pages behoren ook tot de groep van blauwtjes, ze hebben een draadachtig staartje aan de onderzijde van de achtervleugels.

Spanners
Een bonte verzameling vlinders met goede schutkleuren. Overdag houden ze zich schuil en ‘s nachts vliegen ze. Hun rupsen zijn spanrupsen, zo genoemd naar die typische manier van voortbewegen, alsof ze takken ‘meten’. 
Uilen
Deze hebben niet zulke uitgesproken kleuren als de andere groepen. Vooral de nachtvliegers niet, zij hebben schutkleuren zodat zij overdag één worden met hun omgeving. Maar bekijk eens de prachtige tekening op hun vleugels. (onder rechts)

Zandoogjes
Deze groep is goed te herkennen aan de oogvlekken: ronde zwarte stippen met een witte stip in het midden. De meeste soorten zijn redelijk algemeen en hebben grasetende rupsen. Er is ook een groep die zich meer thuis voelt in bos, hei of duin.

 

Meer info: klik hier

Terug naar de natuurnieuwsbrief van juli/augustus