Natuurnieuwsbrieven

vervolg van Natuur Plus december 2021:  Mol
(scroll tot onder het formulier)

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand december.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN nov ’20, NNN dec ’20, NNN jan ’21, NNN feb ’21, NNN maart ’21, NNN april ’21, NNN mei ’21, NNN juni ’21, NNN juli/aug ’21, NNN sept ’21, NNN okt ’21, NNN nov ’21

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijn

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl

stippellijn

vervolg van Natuur Plus december 2021:  Mol

Glad
In de nauwe gangen blijft de vacht glad en schoon. Ook achterwaarts door zijn gangen lopen is voor deze ‘gladde jongen’ geen probleem. De tastharen op zijn korte, verticale staart signaleren obstakels en omdat de vachtharen kunnen kantelen in de vacht en dus geen vleug (bepaalde groeirichting) hebben, blijven ze altijd glad liggen. Hierdoor kunnen mollen net zo snel achteruit als vooruit bewegen. Dit heeft veel voordelen bij het graven van zijn gangen.

Torpedo
Hij is enorm gespierd en heeft twee keer meer rode bloedcellen dan een topsporter, waardoor zuurstof snel door z’n lichaam wordt gevoerd. Met zijn sterke voorpoten (graafhanden) met lange nagels kan hij per minuut tweemaal zijn eigen gewicht aan grond verplaatsen. Het is net een gravende torpedo. Per uur kan hij een 12 meter lange gang graven. Met één graafhand duwt hij de grond tot een molshoop omhoog, terwijl hij zich met z’n andere hand en zijn achterpootjes schrap zet tegen de gangwand. De mol maakt een labyrint van gangen. Het gangenstelsel kan meer dan 50 meter lang zijn.

Voedsel
Niet alleen door de molshopen verraadt de mol zich. Soms graaft hij zijn gang zo dicht aan de oppervlakte, dat de omhooggewerkte grond als een ‘mollenrit’ te zien is. Dit zijn jachtgangen. De mol maakt ze als hij op zoek is naar voedsel zoals regenwormen, engerlingen (larven van de meikever), emelten (larven van de langpootmug), ritnaalden (larven van de kniptor), spinnen, duizendpoten, aaskevertjes en naaktslakken.

Voorraad
Zand schuurt de maag, maar de mol heeft liever een schone hap. Voor het eten haalt hij dus de regenworm tussen de nagels van zijn voorpoten door, waardoor aanhangende aarde wordt verwijderd en tegelijkertijd de met grond gevulde darm van de worm wordt leeggeperst. Als hij enkele uren niet eet, sterft hij letterlijk van de honger, dus het is vaak hard werken om ‘brood op de plank te krijgen’.
Dagelijks verorberen ze met hun scherpe, spitse tanden, ongeveer 100 wormen, de helft van hun lichaamsgewicht. Mollen leggen in hun onderaardse gangen in het najaar en de winter voedselvoorraden van regenwormen aan, die door het afbijten van een segment zijn verlamd en als levende, kluwens bewaard worden. 

Schadelijk
Door zijn gewoel in akkers en weilanden vinden veel tuinders en boeren de mol schadelijk, ook omdat hij bij het graven nogal eens wortels van planten beschadigt. Vroeger waren er op het platteland speciale mollenvangers, die de mollen met klemmen en wegsteken (met een schop) vingen. Na flinke regen zit een mol hoog in een slaapnest, vlak onder het oppervlak. Omdat er in een seizoen vaak vele honderden mollen werden gevangen, leverde dat een leuke bijverdienste op. De huidjes werden verkocht en vooral gebruikt voor het vervaardigen van bontjassen en moffen. Behalve de mens zijn er meer natuurlijke vijanden zoals uilen, buizerds, ooievaars of blauwe reigers, maar ook hermelijnen, wezels en vossen.

Solitair
Mollen zijn solitaire dieren, dat betekent dat ze meestal alleen leven. Ze zijn steeds afwisselend 3 à 4 uur wakker en gaan dan een paar uur rusten. De mol slaapt rechtop, met zijn hoofd tussen zijn voorpoten. De grootste vijand van de mol is de mol. Elke mol heeft z’n eigen territorium. Komt daar een andere mol in, dan vechten ze elkaar de tent uit, behalve in februari en maart, want dan begint de paartijd. Het mannetje verlaat z’n territorium en gaat op zoek naar vrouwtjes. Ze maken dan speciale gangen die de verschillende gebieden met elkaar verbinden, de ‘liefdestunnels’.

Nest
Pa mol verzamelt nestmateriaal, zoals bladeren, mos en droog gras. Het wijfje, dat zo’n week of vier drachtig is, verjaagt daarna meestal het mannetje zodat zij lekker rustig aan een nestkamer kan beginnen. Die bevindt zich onder een grote molshoop, heeft de grootte van een voetbal en telt meestal verscheidene uitgangen. Er worden 3 of 4 jongen geboren, kleine, blinde, roze biggetjes van een paar centimeter groot. Na 22 dagen gaan de oogjes open. Ze worden 4-5 weken door de moeder gezoogd en blijven daarna nog 2-3 weken bij elkaar in het gangenstelsel.| Na acht weken vindt de moedermol dat de jongen het zelf maar moeten uitzoeken en worden ze het gangenstelsel uitgezet. De jongen gaan dan op zoek naar een eigen territorium. Dat is het moment (meestal in juni of juli) dat jonge mollen zich boven de grond vertonen waar ze het risico lopen ten prooi te vallen aan predatoren of het drukke autoverkeer.

Voorkomen
De mol komt in Europa bijna overal voor, behalve in IJsland, Ierland en delen van Scandinavië. De invoering van de mol is op Texel en Schiermonnikoog mislukt, ook al heeft de mol enkele keren de kans gekregen om zich op een van deze eilanden te vestigen. Doordat geschikte biotopen grotendeels ontbraken en het dier intensief bejaagd werd door boeren kreeg de mol niet de kans zich blijvend te vestigen.

Verjagen
Als een mol uw tuin heeft uitgekozen en u hebt liever dat hij verhuist naar uw buurman, dan kunt u als zachtaardige en milieuvriendelijke oplossing om de paar meter flessen zonder bodem in de mollenritten plaatsen met de hals boven de grond. Als de wind er overheen blaast, veroorzaakt dat een buitengewoon hoog geluid in de mollengang. Hoewel de mol zelf ook piept, snort en kwettert en in dreigende situaties zelfs kan blazen, is dit geluid voor hem zo irritant dat hij er hoogstwaarschijnlijk vandoor zal gaan. De mol heeft ook een hekel aan de geur van keizerskroon of kruisbladwolfsmelk.

Volksgeneeskunde
Het mollenpootje werd oorspronkelijk als amulet om de hals gehangen van kinderen bij wie de tanden niet doorkwamen. Omdat daarbij wel eens koortsstuipen optraden, werd het ook een amulet tegen stuipen. Toen tenslotte de betekenis van dit middel verder verwaterde, gebruikte men het mollenpootje ook bij hoofdpijn, kiespijn en kinkhoest.

Terug naar de natuurnieuwsbrief van decemberstippellijn