Natuurnieuwsbrieven

                 vervolg van Natuur Plus juli/aug 2024:  De geelgors
(scroll tot onder het formulier)

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand
juli/augustus 

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN juni ’23, NNN juli/aug ’23, NNN sept ’23, NNN okt ’23, NNN nov ’23, NNN dec ’23, NNN jan ’24, NNN feb ’24, NNN maart ’24, NNN april ’24, NNN mei ’24, NNN juni ’24

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijnNiet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nlstippellijn

  vervolg van Natuur Plus juli/ augustus 2024:  De geelgors

Habitat
De geelgors komt voor in het Verenigd Koninkrijk, Europa, Midden-Oosten en Rusland. In Engeland heet hij yellowhammer, in Duitsland: goldammer

Broed- stand- en trekvogel
De noordelijke populatie is broedvogel en trekt in oktober en begin november voornamelijk naar Zuid-Europa en het Midden-Oosten. In Nederland is het een talrijke broedvogel en zijn ze jaarrond aanwezig en vormen wintergroepen op voedselrijke plekken. Geelgorzen kunnen het goed vinden met groenlingen. In het najaar en in de winter trekken beide soorten vaak samen met vinken, kepen en ringmussen rond op zoek naar voedsel in maïsakkers, stoppelvelden en graanvelden.  Foto: Saxifraga-Mark Zekhuis

In de eerste decennia van de 20e eeuw was de geelgors in het hele land nog een talrijke verschijning. Rond 1950 werd in het westen voor het eerst melding gemaakt van een afname. Deze trend zette zich in razend tempo voort; dertig jaar later was de soort in het westen vrijwel uitgestorven. Op de verspreidingskaart van Nederland is te zien dat je hem nu nog vooral kunt zien in het oosten: in Drenthe, op de Veluwe en in Limburg doet de soort het -plaatselijk- nog goed, vooral aan de rand van heideterreinen.
Foto: Saxifraga-Jan Nijendijk

Het aantal broedparen lag tussen 2018 en 2020 tussen de 19.000-24.000.

Voedsel
Bij de meanderende beek ‘het Merkske’ die de grens vormt tussen Nederland en België is de geelgors jaarrond te zien, mede door het aanleggen van graanakkers en de onmisbare aanwezigheid van zandpaden, een element dat vaak nog onderschat wordt, maar geelgorzen en andere vogels gebruiken dit soort kalere, zandige stukken om stofbaden te nemen tegen parasieten. Ook blijven er vaak kleine, ondiepe plasjes liggen waarin ze zich makkelijk kunnen wassen en waar ze kunnen profiteren van de kruidenrijke begroeiing langs de paden.
Foto: Saxifraga-Mark Zekhuis

Een geelgors zoekt het liefst kleinschalige boerengebieden op met heggen, houtwallen en grazige wegbermen, heide met vliegdennen en bosranden waar ze hun voedsel op de grond zoeken.
Ze voeden zich voornamelijk met zaden, met tarwe en haver als favoriete hapje. Ook gerst en zaden van onder andere spar, den, beuk en maretak staan op het menu. Tijdens de broedtijd vangen geelgorzen ook insecten en ongewervelden om de jongen te voeren.

Zang
De geelgors zingt vrijwel altijd vanaf een hoger punt in het veld. Zo’n geelgorsconcert kan lang duren en lijkt soms uren aan te houden. Hét ezelsbruggetje voor het leren kennen en onthouden van de zang van de geelgors is vijf tot acht korte tonen met een luide, lagere langgerekte triller dat klinkt als si-si-si-si-si-stjèèèèèèh’. De geelgors wordt in de volksmond ook wel het Beethoven vogeltje genoemd, vanwege de sterke gelijkenis met de openingsnoten van diens 5e symphonie. Foto: Saxifraga-Kees van Berkel

Jac.Thijsse schreef daarover: ‘dit aardige liedje is van de geelgors, een vogel die zo goed is de troosteloze rechte wegen voor u wat op te vrolijken. Daar zit hij op een tak, een mooie forse vogel met een gele kop en mooie gele en bruine tinten in zijn gevederte. Iedere keer dat hij zingt, heft hij zijn snavel in de hoogte en wel bij het slot van het liedje, dat gemakkelijk na te fluiten is. Maar er zijn geen twee geelgorsliederen gelijk, hoewel ze eenzelfde schema ten grondslag hebben.’

Hij heeft daarnaast diverse roepjes, vaak korte scherpe rollertjes. De meest gehoorde roep is een kort scherp ‘tsit’. De mannetjes hebben een zangpost nodig om hun territorium af te bakenen en met hun liefdesliedje een vrouwtje te imponeren, ze gebruiken daarvoor een paaltje, de top van een solitair struikje, of een niet al te hoog dood boompje.

Koppelen
Heel vroeg in het voorjaar, soms al in februari vormen ze een koppeltje. Ze doen dat met hun typische halmdans. Met een halm in de bek springt het mannetje met neerhangende vleugels rond het vrouwtje en zet daarbij zijn opvallende kaneelbruine stuit hoog op. Het vrouwtje reageert daarop door het losgelaten halmpje van de grond op te nemen en er mee naar een nestplaats te vliegen.

Broeden
Geelgorzen broeden graag in een insect- en zadenrijke omgeving zoals agrarische landschappen met veel heggen en knotwilgen, bosranden, temidden van bloemrijke graslanden, beekoevers etc.
De broedtijd in de vrije natuur loopt van begin april tot in augustus. Het nest wordt door het vrouwtje meestal óp of zo’n 10 cm boven de grond gebouwd vaak tussen ruig gras, hoge kruiden of struiken en bestaat uit plantenstengels, grashalmen en kleine worteltjes, mos en dorre blaadjes. Het nestkommetje wordt bekleed met dierenharen, zoals paardenharen en schapenwol. Het vrouwtje broedt hoofdzakelijk alleen. Ze wordt slechts afgelost als ze gaat eten of drinken. In de broedtijd kunnen geelgorzen 2 tot 3 legsels voortbrengen. De vier tot vijf eieren worden vanaf het laatste ei ongeveer 13 dagen bebroed. Het lijkt alsof de eieren met een penseeltje met haardunne lijntjes zijn beschilderd. Daarom wordt de geelgors in het Brabantse dialect ook wel schrijverke genoemd.

De jongen worden met veel dons geboren en voornamelijk met insecten en rupsen gevoerd. De eerste dagen uit de krop hetgeen niet veel voorkomt bij vinkachtigen. Nadat de jongen het nest hebben verlaten, worden ze nog enige tijd door de ouders gevoerd. Als ze drie maanden zijn, hebben ze het volwassenen verenkleed. Er zijn altijd twee, maar vaak drie broedsels per jaar. Het vrouwtje is dikwijls al aan een tweede nest begonnen terwijl het mannetje de oudere jongen voert.
Foto: Saxifraga-Mark Zekhuis

Mede door het verdwijnen van typische broedplaatsen van de geelgors zoals heggen en houtwallen, werd de populatie geelgorzen in de twintigste eeuw erg klein en stond de vogel op de rode lijst, maar door het verbeteren van zijn leefgebied herstelde de populatie zich en is hij hier weer vanaf gehaald. In Vlaanderen staat hij nog wel op de rode lijst. 

Terug naar de nieuwsbrief van juli/augustus: klik hier