|
vervolg van Natuur Plus juli/augustus 2026: Wallaby
Uiterlijk
De vacht van een wallaby is kort en glanzend, in diverse tinten grijs, bruin, beige of roodbruin. De buik is meestal lichter van kleur. Ze zijn zo’n 45 tot 105 centimeter lang (afhankelijk van de soort). De vrij lange oren zijn ovaal-driehoekig en staan bijna rechtop. Door zijn opvallend grote donkere ogen heeft hij een panoramisch gezichtsveld om gevaar op tijd op te merken. Bij albino wallaby’s ontbreekt het pigment waardoor zij een witte vacht en rode ogen hebben.
Wallaby’s bewegen zich meestal hoppend en springend voort. Ze hebben grote, sterke achterpoten met heel lange smalle voeten waardoor ze behoorlijke sprongen kunnen maken waarmee ze zich, al springend, snel kunnen voortbewegen. Bij hoge snelheid wordt alleen met de achterpoten gesprongen. De voorpoten zijn veel kleiner maar voorzien van scherpe klauwen die ze gebruiken om zichzelf te verdedigen, voedsel te hanterenen en het evenwicht te bewaren. De enorme staart die wel 75 cm lang kan worden, wordt gebruikt als afweermiddel en om op te steunen en is een belangrijk onderdeel voor het behalen van de enorme sprongen. Mannelijke wallaby’s zijn meestal iets groter en zwaarder dan vrouwtjes. Ze hebben ook wat meer kleur in de vacht. Het vrouwtje is natuurlijk te herkennen aan de buidel waar ze haar jong in draagt.
Leeftijd
Wallaby’s worden meestal tien tot vijftien jaar oud. De gemiddelde levensverwachting in het wild is 9 jaar, in gevangenschap 10-15 jaar. Ontsnapte dieren hebben vooral in Engeland en Ierland geleid tot gevestigde populaties. Ook in Friesland leeft een groepje, verder gaat het in Nederland om incidentele meldingen. Wallaby’s kunnen zich in Nederland prima redden. Het klimaat in Nederland is namelijk vergelijkbaar met het klimaat in de gematigde streken van Australië waar de soort origineel voorkomt. De in Europa in het wild levende wallaby’s lijken vooralsnog geen bedreiging voor inheemse flora en fauna.
Oorsprong
De wallaby behoort tot de kangoeroefamilie en komt van oorsprong uit Australië en Nieuw-Guinea. Het is, net als kangoeroes, een belangrijk symbool van Australië. Hun afbeelding komt voor op munten, sportlogo’s en nationale emblemen. Wallaby’s leven in allerlei gebieden, van de droge woestijn tot natte moerasgebieden. Ze zijn daar vooral te vinden in de buurt van open grasvlaktes. Overdag verschuilen ze zich meestal in de schaduw in het struikgewas. Pas in de schemering zijn ze actief. Als een wallaby het te warm heeft, kan hij aan zijn voorpoten likken zodat de wind zijn natte vacht kan afkoelen.
Geluid
Wallaby’s zijn nieuwsgierig en hebben een leuke uitstraling. Het is geen knuffeldier, maar een intelligent en zelfstandig dier. Ze maken zachte klikkende geluiden om te communiceren met soortgenoten. Ook gebruiken ze hun lichaamstaal, zoals stampen met hun achterpoten, om gevaar aan te geven. De wallaby staat niet op de huis- en hobbydierenlijst zoogdieren en mag vanaf 1 juli 2024 niet meer gefokt of geïmporteerd worden.
Voedsel
Wallaby’s zijn herbivoren. In het wild eten ze vooral allerlei soorten planten(delen), zoals gras, schors en bladeren en af en toe bessen, valfruit en zaden. Een Bennett wallaby eet gras en kruiden. Wallaby’s zijn goed aangepast aan droge gebieden en kunnen lange periodes zonder water overleven door vocht uit hun voedsel te halen. Als huisdier hebben ze echter een uitgebalanceerd dieet nodig dat past bij hun spijsverteringssysteem.
Voortplanting
De zandwallaby en de Parma wallaby kunnen het hele jaar door jongen krijgen, terwijl de voortplanting bij de Tammar wallaby en de Bennett wallaby beperkt blijft tot de maanden januari tot en met juni. Vrouwelijke wallaby’s kunnen hun embryo’s in een rustfase houden, een fenomeen dat bekend staat als diapauze (of verlengde draagtijd). Dit zorgt ervoor dat ze pas bevallen als de omstandigheden gunstig zijn.
Na een draagtijd van ongeveer een maand wordt er meestal één jong geboren dat minder weegt dan een gram (zo klein als een tuinboon) en nog lang niet klaar is om voor zichzelf te zorgen. Direct na de bevalling kruipt het op geur over de buik van de moeder naar de buidel. Een bijna onmogelijke taak voor de jonge wallaby die blind, kaal en slechts een paar centimeters groot is. Eenmaal in de buidel zuigt het zich vast aan een van de vier tepels en blijft daar bijna 280 dagen. Al die tijd moet het zijn behoeftes in de buidel kwijt. De moeder houdt die schoon door de buidel te likken. Na drie tot vijf maanden gaan de ogen en oren open en begint de vacht te groeien. Na vijf tot negen maanden, afhankelijk van de soort, verlaat het jong voor het eerst de buidel. Het wordt nog gezoogd tot het twaalf tot zeventien maanden oud is en komt vooral nog terug in de buidel als er gevaar dreigt. De moeder kan tegen die tijd weer een nieuw jong krijgen. Ongeveer een jaar na de geboorte is een wallaby zelfstandig.
Terug naar de natuurnieuwsbrief van juli/augustus |