Natuurnieuwsbrieven

       vervolg van Natuur Plus september 2022:  De Zwanenbloem
(scroll tot onder het formulier)

Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maande september.
Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.

NNN juli/aug ’21, NNN sept ’21, NNN okt ’21, NNN nov ’21, NNN dec ’21, NNN jan ’22, NNN feb ’22, NNN maart ’22, NNN april ’22, NNN mei ’22, NNN juni ’22, NNN juli/aug ’22

stippellijn

U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws via onderstaand formulier.

stippellijnNiet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nlstippellijn

vervolg van Natuur Plus september 2022: De Zwanenbloem

Naam
Er worden diverse verklaringen gegeven voor de naam zwanenbloem. Er zijn bronnen die wijzen op de lange ‘nek’ van de plant. Anderen beweren dat deze moerasplant zo heet omdat ze vaak op plaatsen staat waar zwanen graag vertoeven en broeden of dat de zwanen ze graag eten.

In ‘Groei en Bloei’ (uitgave juli 1991) stond een uitgebreid artikel over de zwanenbloem en de uitleg waarom de plant deze naam draagt. (Bron: Ned. Bond Aqua Terra)
‘…om te weten waarom de plant zo heet, bekijken we een bloemetje van dichtbij. Een bloem bestaat uit zes bloemblaadjes, de buitenste donkerder dan de binnenste. Verder naar binnen staan negen meeldraden met een marmerwitte steel en donkerpaarse knoppen. Het binnenste van de bloem bestaat uit weer zes elementen: de zes stampers. Deze stampers (één stamper in zessen gesplitst) staan in het hart van de bloem als ‘zwaantjes’ met de nek omhoog gestrekt. Na het rijp worden lijken het zwaantjes met de hals gebogen. De naam zwanenbloem dankt deze plant dan ook aan dit onderdeel van de bloem.’ 

Andere namen zijn zwanebrood in Salland, wat duidt op het eten van de vruchten door zwanen. De Friese naam swannekoek wijst hier waarschijnlijk ook op. Omdat in een dergelijke natte omgeving eveneens ooievaars en kikkers voorkomen, spreekt men in West-Friesland van ooievaarsbloem en van kikkerbloem in de Hoekse Waard en op Voorne. Omdat de bajonetachtige bladeren lijken op die van de gladiolus of zwaardlelie ontstonden de namen watergladiolus en waterlis. Zwanehals naar de ronde langgerekte bloemstengel. Die bloeistengel bezorgde de zwanenbloem in Groningen de naam van bullepezen. De naam kloek-met-kuikens of kloek-met-kuikentjes (Betuwe en Zuid-Holland) duidt op de in een scherm gerangschikte bloeiwijze.

De zwanenbloem wordt ook vaak koffiebloem genoemd, wellicht naar de nog niet ontloken donkerpaarse bloemknoppen die in vorm en kleur veel op koffiebonen lijken of naar de rijpende bruine op koffiebonen lijkende vruchten.
De naam koffieboontjes wordt gebruikt in Aalsmeer, koffiebeuntje in Twente en koffiebonen in Salland.

De namen donderbloem in Friesland en zwaarweerplant in Noord-Overijssel kreeg de plant niet om donder en bliksem af te weren. Het tegenovergestelde is het geval, want zwaait men er driemaal mee over het hoofd dan kómt er juist onweer. Een heel ongebruikelijke toepassing van een plant om een dergelijk natuurgebeuren op te roepen! Het kan zijn dat er vroeger een of andere magische kracht aan de plant werd toegeschreven, waarvan later de betekenis verloren is gegaan.

Butomus is afkomstig van het Griekse bous = os, en tenno = snijden. Met boetomos werd een grassoort bedoeld met scherpe, snijdende bladrand. Vee dat de plant eet zou hierdoor wonden in de bek oplopen. Umbellatus is verwant aan het Engelse umbrella (regenscherm). De schermvormige bloeiwijze (umbra: schaduw, scherm of zonnescherm, hier dus schermdragend).

Groeiplaats
Zwanenbloemen staan graag alleen, niet omringd door andere planten, omdat zij zich gemakkelijk laten wegdrukken door sterkere soorten. Dankzij het slootkantbeheer van de waterschappen, waarbij de watergang eenmaal per jaar in het najaar wordt geschoond, gedijt de plant goed. Het regelmatig uitbaggeren en maaien van de slootkanten voorkomt overheersing door andere planten als lisdodde en riet. Zwanenbloem is de enige Butomus-soort die in het wild voorkomt in Nederland en is hier vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd.

Zwanenbloemen zijn niet kieskeurig wat betreft waterkwaliteit, die mag ziltig, voedselrijk en lichtstromend zijn. Groeiplaatsen zijn moerassen (verlandingsvegetaties), waterkanten en water zoals sloten, plassen, kanalen, spoorsloten, vijvers, afwateringskanaaltjes, kleiputten en oude rivierarmen. Ze houden van zonnige, iets open plaatsen in of soms langs ondiep water met een waterdiepte tussen de 10 en de 50 centimeter en een bodem van zand, leem, zavel, veen of klei. De plant komt begin mei pas boven water en is dan zeker voor de leek moeilijk te onderscheiden van andere waterplanten met een biesachtige bladstructuur. In de niet-bloeiende vorm zijn zwanenbloemen te herkennen aan de driekantige, spiraalsgewijs gedraaide bladeren om de as.

Vermeerdering
De plant wordt vermeerderd door de op koffiebonen lijkende, kleine bolletjes uit de bladoksels te nemen en direct uit te zaaien. Vermeerdering gaat echter het snelst door in de lente de plant te scheuren. Met een scherp mes kunnen nieuwe groeipunten worden losgesneden. Iedere groeipunt dient over een stuk wortelstok en wat wortels te beschikken.

Inheems
Zwanenbloemen komen van nature voor in de gematigde streken van Europa en Azië en in Noord-Afrika. In Noord-Amerika is het een uitheemse (verwilderde) soort. In Nederland en België is het een inheemse waterplant, maar zijn verspreidingsgebied is veel groter.

(Volks)geneeskunde
De wortelstok en de zaden werden vroeger als verkoelend en verzachtend middel gebruikt en stonden in de apotheek bekend onder: Radix et Semina Junci floridi.

Mythologie
De zwanenbloem is voortgekomen uit het verdriet van de allermooiste nimf uit de Griekse mythologie, Galatea.

Lang, heel lang geleden werd de aarde bevolkt door goden, nimfen, monsters, draken, reuzen en gewone stervelingen. Eén van de mooiste Griekse zeenimfen, Galatea, werd verliefd op de atletische Acis, zoon van een nimf en een bosgod. Hij woonde op het eiland Sicilië, aan de voet van een vulkaan. Maar op deze onrustige en vuur spuwende vulkaan leefden ook reuzen met één oog, de cyclopen. Eén van hen had zijn ene oog verliefd laten vallen op de mooie zeenimf en hij werd verteerd door jaloezie. Hij kon de gedachte niet verdragen dat haar hart een ander beminde.

Toen hij op een lome zomerdag vanaf zijn berg de geliefden elkaar zag beminnen, werd hij bevangen door razernij. De reus met één oog wierp een rots naar het tweetal. De zeenimf kon net op tijd wegduiken, maar haar geliefde werd verpletterd door de reusachtige steen. De steen was zo groot en zwaar dat er een krater ontstond. Vanuit de krater waar haar geliefde de dood vond, liet zijn ontroostbare nimf ter nagedachtenis een bron ontspringen. De beek die uit deze bron voortkwam symboliseerde hun eeuwigdurende liefdesstroom. Dagen zat ze aan de oever van de beek en ze werd verteerd door verdriet. Galatea verloor haar levenslust en wilde niet meer verder leven zonder haar geliefde. Voor altijd wenste ze samen met Acis te zijn. Daarom veranderde ze zichzelf in een bloem, een schitterende bloem die groeide in het water van haar geliefde.
Sindsdien groeit deze nimfenbloem in water en kennen we deze wonderschone bloem als de zwanenbloem. Als u goed kijkt herkent u de statige schoonheid van deze mooie zeenimf.

(Bron van dit verhaal: Natuurverhalen.nl)

Terug naar de natuurnieuwsbrief van septemberstippellijn