Natuurnieuwsbrieven
vervolg van Natuur Plus mei 2026: lentepaddenstoelen
(scroll tot onder aan/afmelden)
Klik hier voor Natuur Net Nieuws van de maand mei
Elke maand verschijnt er een nieuwe aflevering met natuurnieuws. U kunt de aangeboden informatie vrij gebruiken, maar wel graag met bronvermelding.

Hieronder kunt u het afgelopen jaar nog eens bekijken/lezen.
NNN april ’25, NNN mei ’25, NNN juni ’25, NNN juli /augustus ’25, NNN september ’25, NNN oktober ’25, NNN november ’25, NNN december ’25, NNN januari ’26, NNN februari ’26, NNN maart ’26, NNN april ’26

Aanmelden?
U kunt zich aanmelden voor een gratis abonnement op Natuur Net Nieuws en/of de tweemaandelijkse junior uitgave NNNj door dit even door te geven via ons e-mailadres: info@groen-natuurlijk.nl

Niet meer ontvangen?
Als u de nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, kunt u een mail sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl
|
vervolg van Natuur Plus mei 2026: lentepaddenstoelen

1 Gewone morielje (Morchella esculenta)
De prachtige hoed is bolrond tot vrij spits en bedekt met sponsachtige, raatvormige onregelmatige lijsten. De holten zijn okergeel tot okerbruin. De hoedrand is vergroeid met de steel die bedekt is met heel kleine, wittige tot gelige korreltjes. Deze morielje groeit van april tot in mei langs grazige bosranden, tussen kreupelhout, langs beekjes, onder dun struikgewas, in tuinen en parken onder es, iep en beuk.
2 Kapjesmorielje (Mitrophora semilibera)
In Nederland staat de kapjesmorielje op de Rode lijst als kwetsbaar. Het is de enige morielje waarvan de hoedrand niet vast zit aan de steel. Hij is door deze eigenschap makkelijk te herkennen. De sporen worden hier niet op plaatjes onder de hoed gevormd, maar op de geribde buitenkant. De meeste ribben lopen vertikaal met hier een daar een dwarse er tussen. De richels en holten dienen voor de vergroting van het oppervlakte. De Kapjesmorielje is tussen de 10 en 20 cm hoog en groeit in hetzelfde milieu als de gewone morielje: in parken en plantsoenen en in lichte bossen, vaak op bodems die iets verstoord zijn.
3 Kegelmorielje (Morchella elata)
De kegelmorielje is een vrij zeldzame paddenstoel die 15 cm (een enkele keer zelfs 30 cm) hoog kan worden. Het oppervlak van de hoed is -net als bij de andere morieljes- door ribben in min of meer rechthoekige blaasvormige holtes verdeeld maar van andere morieljes te onderscheiden doordat zijn ribben in de lengte van onder naar boven min of meer doorlopen. De laatste jaren is er een gestage toename van de kegelmorielje in ons land omdat de soort vaak al in het vroege voorjaar tussen door de voorjaarszon opgewarmde stoeptegels en in de voegen van sierbestrating verschijnt. In de natuur op humeuze, omgewoelde terreinen en soms zelfs op brandplekken. Foto: Ronald Beuker
4 Voorjaarskluifzwam (Gyromitra esculenta)
Deze zakjeszwam vind je in de lente vaak onder naaldbomen of op zandgrond. De grillig gevormde paddenstoel kan aangezien worden voor de eetbare morielje maar is erg giftig! De paddenstoel bevat het gif gyromitrine dat de lever en de nieren aantast, wat uiteindelijk de dood tot gevolg kan hebben. De hoed is gedraaid en kronkelig als hersenen en heeft een onregelmatige afgeplatte vorm. De kleur is kastanjebruin tot bijna zwart. De geur is onopvallend.

1 Voorjaarspronkridder (Calocybe gambosa)
De brede hoed van deze forse paddenstoel kan wit tot roomgeel en zelfs vleeskleurig bruin zijn. De randen zijn vaak onregelmatig gegolfd en aan de uiteinden iets naar binnengerold. Hij groeit meestal in de nabijheid van bomen zoals de meidoorn en is te herkennen aan de sterke komkommerachtige, melige geur. Vaak vormt hij grote heksenkringen.
2 Rode kelkzwam (sarcoscypha coccinea)
De rode kelkzwam is een opvallende verschijning met zijn felrode, kelkvormige vruchtlichaam. De felle rode kleur komt van carotenoïden – dezelfde familie pigmenten die ook wortels oranje maken. Deze soort groeit vaak op dode takken in vochtige bossen, vaak al in de winter en in het vroege voorjaar. Het is een typische opruimer op takken en twijgjes van loofbomen. Door zijn kleur en vorm is hij een van de meest vrolijke paddenstoelen om in het voorjaar tegen te komen.
3 Grote aderbekerzwam (disciotis venosa)
Deze bekervormige paddenstoel valt op door zijn formaat: hij ligt plat op de grond en kan zo groot worden als een ontbijtbordje. De hoed heeft een opvallende beadering en ruikt sterk naar chloor. Je vindt de zwam tussen maart en juni op een kale of met mos bedekte bodem in loofbossen.
4 Tijgertaaiplaat (Lentinus tigrinus)
De tijgertaaiplaat kan al vanaf begin mei verschijnen op stammen, takken en stronken van loofbomen zoals de wilg, de populier en de es die half in het water, bagger of op de vochtige grond liggen, vooral in wilgenbossen en grienden langs grote rivieren, maar ze komen ook voor op droge voedselarme zand en leembodems. Foto: Saxifraga – Lucien Rommelaars
Terug naar de natuurnieuwsbrief van mei |